Terug naar Fietsreisverslagen

 

Terug naar hoofdpagina

 

REISVERSLAG ROME 2001

VOORWOORD

 

 

Nadat we in het jaar 2000 met succes en met heel veel plezier onze fietstocht naar Santiago de Compostela hadden volbracht stond voor ons al vrij snel vast wat onze volgende tocht zou gaan worden.

Onze grote vakantie (2001) zullen we weer met de fiets er op uit gaan en wel naar ROME.

 

Allereerst gaan we de fietsroute boekjes kopen. “Onbegrensd fietsen van Amsterdam naar Rome” van Paul Benjaminse. (deel 1 / 2 / 3).  We slaan het gedeelte vanaf Amsterdam over en zullen vanaf Maastricht de route oppakken. We starten vanuit Geleen onze woonplaats, dit is 20 km ten noorden van Maastricht.

 

Onze voorpret kan nu beginnen, met het bestuderen van de uitgeschreven route. Op internet lezen we verschillende verslagen van andere mensen die deze tocht gemaakt hebben.

Ook wordt een startdatum bepaald en wel zaterdag 4 augustus 2001.

Als lichamelijke voorbereiding willen we toch zeker vooraf weer de nodige kilometers trainen. We beslissen om minstens duizend kilometer te gaan fietsen.

Cor heeft nog een nieuw echt leren zadel gekocht n.l. een Brooks, type Flyer. Dit zadel moet ook goed ingefietst worden. Hopelijk krijgt hij nu minder zadelpijn dan het vorige jaar.

 

Vrij laat beginnen we met onze trainingstochtjes, want we hebben nog een druk programma af te werken.

Het eerste weekend van juli gaan we met volle bepakking en de tent fietsen. We overnachten op een camping in België. Alles is nog prima in orde en blijkt compleet te zijn. Zelfs over onze conditie bij een meer daagse tocht zijn we niet ontevreden.

 

We halen toch het geplande aantal trainingskilometers. Nu zijn we lichamelijk klaar voor onze tocht naar Rome. Geestelijk (tussen de oren) vormen wij ons naarmate datum van vertrek nadert.

 


 

 

 

 

 

GELEEN-BüTGENBACH

 

 

ZATERDAG 4 augustus 2001.

1e Dag 8.45 – 19.15 uur

Totaal 98,85 km

 

 

Vandaag staan we dus aan de start van onze tweede grote fietstocht die ons een gedeelte door Europa zal leiden om vervolgens in Rome te eindigen, waarbij wij in totaal 10 landen zullen aandoen.

Om 8.45 uur vertrekken wij en we worden uitgezwaaid door Rob(zoon) en Trees(zus) en Bert(schoonbroer). De rest van de familie heeft gisteravond al in huiselijke kring afscheid van ons genomen. Maria(vriendin) is vrijdagmiddag ook even langs geweest om ons een goede reis te wensen.

 

We zijn niet zo nerveus als de eerste keer, we denken nu te weten wat ons allemaal te wachten staat.

Op deze eerste dag heeft Cor zich wel heel speciaal voorbereid, omdat in bijna alle verslagen die we gelezen hebben veel mensen in de Ardennen verkeerd gefietst zijn! Hij wil kost wat kost de juiste route vinden door de Hoge Venen en is niet van plan om ook verkeerd te fietsen.

 

Het weer werkt niet mee. Het regent, soms een druilerig en dan weer flinke druppels.

 

Onze aanlooproute loopt door Wijlre, dus hier gaan we dan bij Jo en Lieske(zus) op de koffie. Om 10.00 fietsen we het dorp binnen. Lies heeft de koffie al klaar staan en Cor krijgt een lekker glas jus d’orange. Eigenlijk kan ik niet rustig mijn kopje koffie drinken. Ik wil liever weer verder. Wie weet wat ons nog te wachten staat in de loop van de dag.

We fietsen nog niet op de beschreven route maar via Wittem en Mechelen komen we op de originele weg. Het is wel prettig dat dit voor ons nog steeds bekend terrein is (hier hebben we in het verleden al eens vaker gefietst) en hoeven we ons niet zo druk maken over het feit of we wel precies volgens “het boekje” fietsen.

 

Al spoedig zien we nu de eerste grenspalen en  fietsen we het tweede land binnen . We hebben nog acht te gaan. We doorkruizen nu het schone Belgische land.

Ook hier zijn we op onze eerdere verkenningstoertochten ook al eens eerder geweest, dat geeft een zeker gevoel.

Onderweg komen we veel fietsers met bepakking tegen. We groeten elkaar vriendelijk.

 

Het is voor ons wel aanpassen met de routebeschrijving van P.B. Wij zijn de boekjes van Cleemens (route naar Santiago) gewend, deze vinden we toch gemakkelijker in het gebruik. Cor kan zeker goed kaart lezen dus zal het best wel lukken.

 

 

 

 

We naderen het natuurgebied de Hoge Venen. De eerste tekenen van de Ardennen bevinden zich onder onze fietswielen. Het wordt al pittiger we moeten op de pedalen staan om diverse heuvels te overwinnen.

We fietsen rond het meer van Eupen. Hier staan dranghekken langs de weg. Toch zeker niet voor ons? Veel toeschouwers langs de weg. Blijkt dat hier een triatlon gehouden wordt. Gelukkig kunnen we op het uitgezette parcours doorfietsen.

 

Hierna volgt er een stevige klim en het begint ook nog te regenen. Cor krijgt beginnende kramp in zijn kuiten en durft eigenlijk niet meer goed te stoppen. Bang dat de kramp hem bij het afstappen in de kuiten schiet en hij dan niet meer vooruit komt.

Rond het middaguur besluiten we om nu toch maar eerst onze grote lunchpauze te houden. We kunnen nergens schuilen maar gelukkig stopt het met regenen. Onder een grote boom op een bankje eten wij onze boterham en genieten van de stilte en rust.

 

We maken later op de dag nog een stop in het bezoekerscentrum Ternel.Vanaf hier vertrekken ook veel uitgezette wandelroutes. Hier is een leuk café. Een heel gezellige “Stube” midden in een prachtig natuurgebied. We eten hier heerlijke eigengemaakte soep.

 

Inmiddels zijn we ook al dicht bij het punt waar bijna iedereen zich vergist in de route, dus we moeten nu goed gaan opletten en uitkijken naar de “doorwaadbare plaats” in een beekje.

Het kan niet missen met zo’n goede kaartlezer als Cor, we vinden de juiste plek. Achteraf is het wel makkelijk om te zeggen dat het niet zo moeilijk te vinden is. Wij zijn blij dat dit eerste moeilijke punt in de route nu goed verlopen is.

Als het fout was gegaan, hadden we tientallen kilometers extra moeten fietsen. Dit is ook niet erg, maar het is zeker zo leuk om iets goed te doen waar velen fout gaan.

 

Het vervolg is zwaar, bergop en een zeer slecht onverhard pad met grove stenen. Het vergt veel concentratie om goed op de fiets te blijven zitten. Ik krijg pijn in mijn armen door het trillen van de fiets. Dit komt ook mede door de hoge bandenspanning die nodig is voor de zware bepakking. Voordeel is wel weer de iets bredere banden van 37 mm. Onderweg is het heel rustig en de natuur is prachtig.

Het hoogste punt van de Ardennen is nu bereikt.

We vervolgen de route verder door het mooie natuurgebied. Niemand te zien alleen wij en de gestaag naar beneden vallende regen.

 

Langzaam aan naderen we Bütgenbach onze eindbestemming van vandaag. In Bütgenbach begint het weer hard te regenen en we schuilen onder een poort van een oud gebouw tot dat het niet meer zo hard regent. We gaan de camping opzoeken aan het meer. We melden ons bij Camping Worriken. De juffrouw bij de receptie ziet dat we moe zijn en geeft ons een speciaal “rustig” plekje, niet op het trekkersveld tussen de jeugd, “Daar is het te rumoerig”, zegt ze.

 

 

 

 

 

Het blijft gelukkig een tijdje droog en we zetten snel ons tentje op.

 

We zijn eigenlijk te moe om nog uitgebreid te gaan eten. Ik ben heel moe in mijn benen van al die kilometers vandaag en het laatste gedeelte ging toch flink bergop. We kwamen ook niet goed in ons ritme vanwege de regen. Het was regenpak aan en regenpak uit. Bij te hevige regenbuien zochten we een plek om te schuilen.

 

Allereerst lekker douchen in een verwarmd gebouw. Het sanitair gebouw is wel niet super schoon maar het water is lekker warm.

 

We eten een broodje met kaas (hadden we van thuis nog meegenomen) en dan kruipen we lekker in onze slaapzak.

Moe, dat wel, maar zeker zeer voldaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BüTGENBACH-DASBURG

 

 

Zondag 5 augustus

2e dag 10.00 – 18.15 UUR

Afstand 69,76 km

 

 

Als we willen opstaan begint het te regenen, dus we blijven nog even in onze slaapzak liggen.

Cor heeft het vannacht koud gehad, ik niet want ik heb in mijn slaapzak de lakenzak gedaan en dat scheelde toch een paar graden.

Ondanks alle bijgeluiden toch redelijk geslapen.

We eten eerst een broodje in onze tent, helaas zonder koffie. Inmiddels regent het niet meer zo hard en besluiten we om dan toch maar de tent af te breken.

Om 10.00 uur verlaten wij de camping en vervolgen onze weg naar Rome. We beginnen meteen met een flinke klim.

Na 10 kilometer onze eerste pauze. Ik heb wel zin in een kopje koffie en we willen even schuilen voor de regen, die gestaag weer naar beneden komt.

Ik krijg zelfs twee koppen. We zijn weer een beetje opgedroogd en warm, we kunnen weer verder.

In het dorp ook nog even boodschappen doen en dan weer verder door de regen.

Rond 13.00 uur stopt het gelukkig met regenen en kunnen we picknicken. We eten de broodjes en croissantjes op die we even van tevoren bij een bakker gekocht hebben.

Het smaakt echt voortreffelijk, want we zijn hongerig van onze inspanningen op de fiets.

We vervolgen onze tocht door het dal van de Our. Ondanks dat we in een dal fietsen gaat het toch steeds bergop en bergaf. Zodra de weg van de rivier af gaat is het klimmen geblazen.

Op de uitgestrekte weidevelden zien we ook veel jeugdkampen staan.

Het valt op dat de automobilisten toch wel rekening houden met ons. Op smalle straatjes blijven ze rustig achter ons rijden en halen pas in als er echt voldoende ruimte is.

Onderweg passeren we een grote familie ook op de fiets met heel veel bagage. Het zijn pa en ma met 4 kinderen, waarvan de jongste bij pa in een aanhangwagentje zit.

Cor maakt een praatje met de familie, het blijken Nederlanders te zijn. Ze maken een tourtocht door België en Luxemburg. Ze gebruiken ook een gedeelte van de route van P.B.

Cor heeft toch nog steeds moeite met de routebeschrijving. Tot nu toe gaat het wel goed, alleen in Andler is het weer onduidelijk welke kant we op moeten. We slaan de verkeerde weg in en komen na een stevige klim midden in het veld uit. We draaien om en fietsen terug naar het laatste aanknopingspunt en proberen vanaf hier weer de juiste route op te pakken.

De natuur van het Ourdal is wel prachtig, alleen kunnen wij er niet zo erg veel van genieten want de regenbuien volgen elkaar op.

 

 

 

 

We verlaten het dal met een stevige klim, waarna we op een plateau  fietsen met hier en daar nog enkele bulten.

 

 

Inmiddels  passeren we ook al onze 2e grens en fietsen we over Duits grondgebied. Hierboven op dit plateau kan het hard waaien. Dat is ook te zien aan de vele windturbines die hier staan.

Gelukkig waait het nu niet, want ik fiets niet zo graag met tegenwind. 

 

 

We fietsen door een bosrijk gebied en gaan koffiepauze maken bij café “Waldsruhe”. Gezellig café met een groepje mensen, deze hebben veel belangstelling voor onze tocht en weten ook meteen dat we naar Rome fietsen, want hier komen veel fietsers langs. We moeten beloven dat we de Paus een groet van hun overbrengen en met een “Gute Fahrt” gaan we weer op pad.

We besluiten om in Dasburg de camping op te zoeken en vandaag maar niet zo veel kilometers maken.

Na een geweldige afdaling fietsen we recht op de camping af. Deze ligt prachtig naast de Our en buiten de bebouwde kom.

Als we voor de receptie annex café wachten om ons te melden, horen we Nederlanders bij de frituur praten. Volgens hen komen op deze camping veel “gekke” Nederlanders met de fiets die op weg zijn, helemaal naar Rome! Als ik hen dan vertel dat wij ook van die “gekken” zijn stijgt het schaamrood naar hun kaken en stamelen ze dat zij er wel bewondering voor hebben.

Intussen krijgen we onze plaats aangewezen en op onze plek worden we welkom geheten met een serenade op een alpenhoorn van een campinggast, die op een ander veldje ligt.

Het blijft nu even droog en kunnen we gelukkig snel ons tentje op zetten.

We gaan ons weer lekker douchen in super schone sanitaire gebouwen en laten het warme water ons luie zweet afspoelen. Als herboren gaan we in het restaurantje op de camping lekker eten met ons eerste flesje wijn. Dat hebben we zeker verdiend, vinden we zelf!

De buikjes zijn weer rond, even nog een kleine wandeling en dan  naar bed en goed uitrusten voor de dag van morgen.

 


 

 

 

 

DASBURG-EHNEN

 

 

Maandag  6 augustus

Dag 3: 10.15 – 17.45 uur

Afstand 78,19 km

 

 

Heerlijk geslapen op de mooie en heel rustige camping. Helaas het regent weer.

In de tent maken we het ontbijt klaar en eten dit op, zonder koffie. Ondanks dat het blijft regenen breken we toch maar de tent af en pakken deze nat in. We moeten onderweg maar kijken hoe we de tent kunnen drogen.

Regenkleding aan en maar weer op weg. Vinden we dit nog leuk? Fietsen in de regen!

We beginnen  met lichte stijgingen, en we zijn weer een grens gepasseerd.

Nu bevinden we ons in Luxemburg. Dit is het derde land dat we op onze tocht door fietsen. Nog steeds volgt de route de kronkelige Our.

Na 20 kilometer komen we in Vianden en hebben we wel een lekker kopje koffie en thee verdiend. Als de kilometerteller ons niet vertelt dat we al de nodige kilometers achter ons hebben liggen, zouden we kunnen denken dat we in Nederland zijn. Iedereen die we tegenkomen praat Nederlands en we zien veel auto’s met Nederlandse nummerborden. In het restaurant bestellen we in onze taal een kopje koffie/thee en een groot stuk appeltaart.

Jammer dat het blijft regenen want we fietsen door een prachtig natuur gebied het Müllertal. We kunnen niet echt genieten van de omgeving, we balen alleen maar omdat het regent.

Cor heeft hertjes gezien. Hij heeft het door al die regen koud. Vreemd genoeg heb ik het niet koud terwijl ik toch normaal een koukleum ben.

 

We ontmoeten een Nederlands echtpaar dat een rondje Luxemburg fietst. Vorig jaar zijn ze ook op pad gegaan naar Santiago, maar na 4 dagen werd hij ziek en zijn ze naar huis gegaan.Volgend jaar willen ze het dan toch weer proberen. We wensen ze veel succes en vervolgen onze tocht.

Onderweg staan we stil om te pauzeren. We genieten van een mooi uitzicht ondanks dat de regen gestaag naar beneden valt. Er stopt een auto met Nederlands kenteken. De mannen stappen uit. De vrouwen blijven in de auto met draaiende motor zitten. Mooi hè, en snel nemen ze weer plaats in de auto en scheuren weg. Wij staan nog steeds te genieten van het uitzicht, in de regen.

Dit is nu het verschil. Wij kunnen nog echt genieten van al het schoons om ons heen en we nemen ons vooral de tijd.

 

We zijn er nog steeds niet goed in om de route, vermeld in het boekje, te volgen. De schrijfstijl van P.B. moeten we nog aan wennen. De kaartjes zijn gelukkig wel duidelijk en komen we met enige omzwervingen wel steeds op de juiste weg terug, maar het vergt veel concentratie van Cor. Ik heb geen stuurtas of kaarthouder op mijn fiets. Cor heeft de routebeschrijving.

 

 

 

 

Tijdens het fietsen leest Cor regelmatig voor wat de route moet zijn, zodat we met z`n tweeën goed kunnen opletten. Om in de plaats Junglister te komen moeten we “voor de zendmasten” rechtsaf.

 

 

 

Dit is geen duidelijke aanwijzing en vinden de betreffende  weg niet, dus volgen we maar de hoofdweg links voorbij de zendmasten en komen zo uiteindelijk toch met een grote omweg  in het centrum van Junglinster uit.

Zo moeten we vaker improviseren.

 

Het laatste stuk van vandaag gaat voortreffelijk een afdaling van 6 kilometer naar Ehnen aan de Moesel.

Hier besluiten we om ons zelf te verwennen met een slaapplaats in een hotel. We worden heel gastvrij ontvangen. Onze fietsen mogen in de garage staan. Hier is zelfs plaatst om onze tent te drogen. Ik vraag dus of we onze tent mogen ophangen, wat geen enkel probleem is.  De hoteleigenaar biedt zelfs aan om hem in de wasdroger te doen!

Dit hebben we maar niet gedaan. Het tentje hangt nu fijn over de waslijn te drogen.

 

De laatste kilometers hebben we ook al een voorproefje gehad van de zon, die zich af en toe van haar beste kant laat zien. Wat is het leven fijn als de zon schijnt. Is dit soms de tekst van een liedje?

 

Op onze hotelkamer geniet ik van een heerlijk warm bad. Dit is goed voor mijn beenspieren en snel ben ik al weer lekker uitgerust.

We bellen nog met Rob en deze vertelt ons, dat we thuis via e-mail een route beschrijving hebben binnen gekregen met tips en campings voor onderweg. We spreken af dat hij probeert deze aan ons door te faxen in het hotel. Het faxnummer geven we hem door en ook eventueel het e-mail adres, deze staan vermeld op een folder die op onze kamer ligt. We bespreken dit met de hoteleigenaar en hij is bereid hieraan mee te werken.

 

’s-Avonds genieten we van een uitgebreid meer-gangen diner in het hotel en drinken er  een lekker flesje Moezelwijn bij! Deze is van de druiven gemaakt die groeien aan de wijnranken die tegen de hellingen langs de rivier de Moesel staan. Vanuit onze hotelkamer kunnen wij van deze prachtig begroeide hellingen genieten. Wat een uitzicht!

 

Nog een leuke opmerking: het is vandaag onze derde dag, we hebben een drie sterren hotel. Kamer 33 op de derde verdieping. Dit moet gewoon geluk brengen.

 

 


 

 

 

 

EHNEN – VIGNY

 

 

Dinsdag 7 augustus

Dag 4: 10.00 – 16.30 uur

Afstand: 67,2 kilometer

 

 

Om 8.00 uur staan wij op. Het heeft geen zin om vroeg op pad te gaan, want het regent weer. We genieten van het lekkere ontbijt. Tijdens ons ontbijt komt de kok ons het e-mail bericht van Rob brengen. Hij heeft dit vanaf zijn werk meteen gestuurd.Wat een service! Het is toch gemakkelijk en fijn dat dit vandaag de dag allemaal mogelijk is, de techniek staat voor niets.

 

We gaan ons tentje inpakken, deze is gelukkig helemaal droog. Onze bidons worden nog met vers water gevuld, we krijgen er zelfs een citroen bij. Voor de smaak.

 

Nu toch maar weer op weg door de stromende regen langs de Moesel.

 

We komen veel fietsers met bepakking tegen. Er zijn dus meer “gekken” in dit slechte weer onderweg.

Ondanks de regen is iedereen heel vriendelijk en groeten we elkaar en wensen goede reis.

We stoppen nog even bij een Belgisch stel dat bandenpech heeft en vragen of we kunnen helpen. Dit is niet nodig, maar ze waarschuwen ons voor doornen die op het fietspad liggen. Het schiet lekker op want zo dicht langs het water is het heel vlak.

Bij Siercks-le Bain is het weer gedaan met de pret en moeten we weer bergop fietsen. We zijn inmiddels wéér een grens gepasseerd en bevinden we ons in “La Douce France”. Het vierde land.

Nu moeten we sterk aan onze fietstocht van vorig jaar denken. We fietsen door Lotharingen, dit is een streek die zeer dun bevolkt is. Rond het middaguur gaan we op zoek naar een restaurant, niets te vinden. Uiteindelijk zien we er een liggen, blijkt dit gesloten. Hier op het stoepje hebben we toen maar onze lunch opgegeten.

 

De onverharde weg voor St. Hubert is heel zwaar om te fietsen allemaal losliggende keien en dan ook nog eens bergop!

 

Om 16.30 uur zijn we in het dorp Vigny, hier vinden we pas ons eerste café. We stoppen voor een kopje koffie en een glas thee. Het is hier heel duur 15 Fr.Francs (€ 2,31) voor een consumptie. De prijs wordt duidelijk beïnvloed door het feit dat hier in de hele omtrek geen ander café te vinden is.

 

We bestuderen nog eens uitgebreid onze route kaart. Het blijkt dat er de eerste 25 à 30 kilometer geen campings, hotels of pensions te vinden zijn. We informeren in het café (met ons beste Frans), of zij soms weten waar we kunnen overnachten. Blijkt

 

 

 

 

 

dat in het dorp zich een jeugdherberg / vakantiedorp met diverse gebouwen bevindt: ADEPPA.

(Association  Départementale d’Education Poulaire et de Plein Air)

Dit ligt aan het begin van het dorp. We zijn er al langs gefietst maar hebben het niet zien liggen.

 

 

 

 

Na lang beraad en rekening houdend met het feit dat het al betrekkelijk laat is, besluiten we toch maar om hier naar een slaapplaats te gaan vragen. We fietsen terug naar het begin van het dorp en informeren bij de receptie naar een slaapplaats.

We kunnen hier slapen. Het blijkt geen enkel probleem. We krijgen een kamer met twee eenpersoons bedden. Douche en wc zijn op de gang tegenover onze kamer.

We kunnen ook eten in het hoofdgebouw en morgenvroeg is er ontbijt. Hiervoor moeten we totaal dan 340 Franse Franc betalen.Wel contant afrekenen!

We hebben nog maar 100 Franc in de beurs, dus gaan we eerst in het dorp pinnen. Gelukkig is er een wel een pin-automaat.

Hier krijgen wij op onze giro passen geen geld!? Dan maar eens proberen we met de visa-kaart. Wat een opluchting als we hier wel geld mee uit de muur halen.

 

Dit is de eerste keer dat we moeten pinnen. Al het geld dat we tot nu opgemaakt hebben, is thuis bijeengezocht. Al het vreemde geld moet dit jaar opgemaakt worden, want volgend jaar wordt de Euro ingevoerd. Het komt dus goed van pas dat we nog allerhande kleingeld opgespaard hebben. Hier hebben we tot nu toe, onze dagelijkse boodschappen mee kunnen betalen.

 

Het heeft vandaag ook weer veel geregend en de fietsen zijn heel smerig. Cor gaat de fietsen poetsen. We hebben toch nog even tijd voordat we moeten eten.

 

Het eten wordt opgediend in een grote eetzaal. We zitten  tussen de Franse jeugd, die op kamp zijn. Dit geeft ons toch wel een bijzonder gevoel.

We krijgen eerst “quiche lorraine” (Lotharingse hartige taart), daarna rijst met van alles er doorheen en een vis-stick. Een toetje en daarna nog een kop koffie. We hebben voldoende gegeten. Het buikje is weer rond en dik.

 

Het valt ons op de jeugd zich heel voorbeeldig gedraagt en helemaal niet luidruchtig is.

We wandelen nog even over het park. Op het park zijn 5 paviljoens en ze zijn allemaal bezet.

Dit park is een heel goed alternatief voor een camping. Het staat niet in het boekje van P.B. vermeld.

 

Na het straatje om en gaan we lekker naar bed.

 


 

 

 

 

VIGNY – MITTERSHEIM

 

 

Woensdag 8 augustus

Dag 5: 9.30 – 16.15 uur

Afstand: 91,37 kilometer

 

 

Vannacht was het heel rustig, ondanks dat er op de etage boven ons veel jeugd slaapt.

Ik heb heel slecht geslapen, omdat ik ineens weet waarom we geen geld kunnen pinnen met onze giropassen! Cor heeft met mijn pas en zijn pincode geprobeerd en ik heb met zijn pas en mijn pincode gepind. We zijn vergeten dat we uit voorzorg de pasjes omgewisseld hebben. Cor heeft zijn visa-kaart en mijn giro pasje in zijn beurs en ik heb mijn visa-kaart plus de giro pas van Cor in mijn beurs zodat we in noodgevallen altijd alle twee nog een betaalmiddel hebben. Ik maak me nu zorgen dat we tijdens onze verdere reis niet meer kunnen pinnen met onze giropassen. Onderweg nog maar weer eens proberen.

 

Om 8.00 uur is het ontbijt. Echt Frans met stokbrood en alleen jam. Er is wel warme melk en hier maken we chocomel van, heerlijk. Met enkele stukken stokbrood erbij hebben we dan uiteindelijk toch genoeg gegeten.

 

Even in het dorp nog enkele boodschappen doen, en om 9.30 uur zitten we weer op de route.

 

Het schiet vandaag lekker op, we gaan wel bergop en af maar ze zijn allemaal niet zo steil en het regent niet.

Er is wel veel wind vandaag. Gelukkig hebben wij de wind mee.

Vandaag komen we maar één eenzame vrouwelijke fietser tegen, die helemaal in haar eentje, vol bepakking, tegen de wind op moet boksen.

Ze hangt helemaal over haar stuur heen om zo min mogelijk wind te vangen. Ik vind dit wel heel erg knap.

 

Rond 12.00 uur eten we op een mooi kerkpleintje ons gebakje op en dan kunnen we er weer even tegen.

We fietsen over mooie afgelegen weggetjes en langs uitgestrekte velden. Nu en dan passeren we een heel klein dorpje. Helaas komen we onderweg geen cafeetjes tegen.

Alweer geen koffie voor mij.

 

We passeren nog het dorpje Suisse, laat ons aan thuis ( Klein Zwitserland, Zuid-Limburg)  denken. We fietsen langs vele meren, het heet hier dan ook Le Pays des Etangs.

 

 

 

 

 

 

Om 13.30 uur gaan we op het stoepje voor de “Marie” onze lunch opeten. We kunnen geen picknick plaats vinden dan maar op de stoep bij de Burgemeester.

Het begint nu heel hard te waaien. We hebben pech! De wind heeft zich gedraaid. We moeten tegen de wind opboksen.

 

We fietsen door tot Mittersheim en hier gaan we op zoek naar de camping. Deze camping ligt mooi aan het meer. We krijgen een mooi plekje vlak bij de ingang. Nadat we de tent hebben opstaan begint het te regenen. We zijn blij dat het nu regent en niet een uurtje eerder, we zijn tenminste droog op de camping gekomen en onze tent hebben we droog op kunnen zetten..

 

Dit plekje is eigenlijk alles wat goed is aan de camping.

Het sanitair is in het verleden best mooi geweest, alles is nu onderkomen en er is veel vernield. Op de deuren staat met viltstift geschreven “Hommes” en “Dames”.

Het is gelukkig maar voor een nachtje en we kunnen ons wel warm douchen. Dat is het belangrijkste. Op de camping is een klein winkeltje maar geen restaurant, zoals in het boekje vermeld staat. Er staat wel nog een gebouw maar dit is helemaal vervallen.

 

Wij geven de camping nog een paar jaar en dan zal deze er waarschijnlijk niet meer bestaan.

 

Even buiten de camping is een restaurant en hier hebben we lekker gegeten. Er komen veel bootbezitters eten. Deze varen op het nabij gelegen Canal du Houilleres.

Nadat we weer terug zijn op de camping gaan we maar meteen naar bed.


 

 

 

 

MITTERSHEIM-ROTHAU

 

 

Donderdag 9 augustus

Dag 6: 9.45-17.00 uur

Afstand: 74,45 kilometer.

 

 

Gisteravond hebben wij eerst nog last van de buren. Deze zijn vrij luidruchtig. Gelukkig maken ze niet te laat en kunnen we toch weer goed geslapen.

’s-Morgens op de camping  eerst boodschappen doen en dan ontbijten. Alles weer inpakken en dan op weg naar de grote klim van vandaag, nl. de Col du Donon.

De eerste 30 kilometer fietsen we langs het kanaal, we denken dat dit de makkelijkste weg is en kiezen voor dit alternatief, maar dat valt achteraf toch vies tegen. Het waait weer flink vandaag en we hebben tegenwind. Het schiet dus maar langzaam op.

 

Op het kanaal is veel pleziervaart. Er zijn veel sluisjes om het hoogteverschil te overbruggen. De sluiswachters zijn jonge jongens die op een brommertje de hele tijd op en neer rijden om de boten zo door de sluizen te leiden. Zo hebben verschillende jongens een aantal sluizen onder hun beheer. Die allemaal nog handmatig bediend worden.

 

We blijven de weg langs het kanaal volgen  over Etang du Stock en we blijven ook rechtdoor fietsen langs Etang de Gondrexange. Hier vinden we een  mooi paadje door de bossen en langs een camping  en via Landange komen we weer op de originele route in Lorquin.

Voordat we aan de grote klim  beginnen gaan we eerst nog even een kopje koffie drinken. Dit café blijkt een heel leuk restaurant te zijn en bij het zien van de etende mensen krijgen wij honger.We bestellen ook maar iets, een bord soep met brood. Het is heel druk in het restaurant en ze vergeten ons het brood te brengen. De soep smaakt wel goed.

Uitgerust gaan we nu beginnen aan de aangekondigde klim. Onderweg hebben ze ons al gewaarschuwd voor deze klim, dus we zijn er op voorbereid!

 

De eerste kilometers vallen ons reuze mee, we hebben zelfs een hoger gemiddelde dan toen we langs het kanaal fietsten met wind tegen.

 

Tijdens onze klim begint het te regenen. Dit is dan niet zo prettig, maar ik denk wel, dit is nog beter dan met 39 graden tegen de berg op te fietsen. Je moet toch positief blijven denken nietwaar?

Tijdens een korte pauze om iets te eten zien we verderop, in een bocht, een motorrijder onderuitgaan. Zijn vrienden draaien om en helpen hem overeind. Hij blijkt gelukkig niets te hebben en kan nog verder rijden. Het is glad op de weg door de olie die er ligt. Wij hebben hier geen last van. Maar we zijn wel even geschrokken.

 

 

 

 

 

Het is ondertussen steeds frisser geworden, dit in combinatie met de voortdurende regenval zorgen ervoor dat we het koud krijgen en de krachten zienderogen afnemen. De pauze deed ons wel even goed.

 

In de laatste kilometers begint pas het “echte” klimmen. We fietsen door de dichte naaldbossen, maar ook deze kilometers overwinnen we gestaag op eigen kracht en staan later trots op deze top in de Vogezen.

In het hooggelegen restaurant drink ik nog een kop koffie en Cor een glas thee. We volgen het advies van P.B. niet op om hier bosbessengebak te eten (een streekgerecht), misschien wel eens een andere keer.

 

Nu krijgen we dan echt de beloning: een geweldige afdaling.

 

In het dorp Schirmeck is een pinautomaat en hier gaan we ’t pasje nog eens proberen. Tot grote opluchting van mij krijgt Cor geld  uit de automaat.

Wel met zijn eigen giropas en zijn eigen pin-pas nummer!

 

In het volgende dorp Rothau gaan we op zoek naar een hotel.

We komen terecht in La Rubaneri. Dit ligt helemaal verscholen en is vanaf de weg met een privé kronkelpaadje te bereiken.

We krijgen een studio met uitzicht op een geweldige grote tuin. Langs onze kamer stroomt en kabbelt een riviertje. Cor geniet hier zichtbaar van. Dit zijn de kleine dingen die zo’n fietstocht geweldig maken. Hier doen we het voor. Dit is dan de beloning die we ons zelf geven voor het bedwingen van de Col du Donon.

Hier zouden we best langer willen blijven

 

Met de hoteleigenaresse spreken we af dat wij ’s-avonds in het hotel blijven eten. Ze vertelt ons dat er maar een eenvoudige maaltijd wordt klaar gemaakt en dat er geen keuze menu is.

 

Cor stalt onze fietsen in de schuur. Hier staat hij verwonderd te kijken naar een ingenieuze constructie. De heer des huizes, die oud-ingenieur is, getuige de diploma’s die bij de receptie hangen, heeft hij hier een eigen waterkrachtcentrale ingericht. Hiervoor heeft hij het in de achtertuin liggende riviertje via een ondergrondse stroming omgeleid.

Hiermee voorziet hij zijn eigen machinepark, dat in de schuur staat opgesteld, van stroom. Tevens krijgt het noodaggregaat hier ook zijn energie van.

 

Na een heerlijk bad zijn we weer klaar voor ons diner. We betreden de gezellige eetzaal, met uitzicht op de beek en de goed verzorgde grote tuin, waarin ook een groentetuintje is. Het lijkt net of je midden in de tuin zit en we genieten van de ondergaande zon.

 

De tafels zijn heel mooi gedekt en het eten is perfect verzorgd, het is helemaal niet erg dat er geen keuze is, want mevrouw zelf, heeft haar uiterste best gedaan om ons

 

 

 

 

 

een voortreffelijke maaltijd voor te schotelen. Met een flesje wijn erbij is dit weer genieten.

 

Naast ons zitten Piet en Mies uit Delft, de enige andere gasten van het hotel. Ze zijn bezig aan een wandelreis in de Vogezen geboekt bij SPN en wandelen van hotel naar hotel ± 25 kilometer per dag. Ze zijn beide 61 jaar. Hij is in de VUT en zij werkt nog twee dagen in de week. Ze geeft les op een middelbare school.

Het gesprek verloopt heel gezellig. Gaande weg blijkt dat zij ook al diverse malen in Sittard de Kennedymars gelopen hebben, dus gesprekstof genoeg.

Voor dat we er erg in hebben is het intussen al 22.30 uur geworden en wordt het tijd dat we ons bedje opzoeken, want morgen moeten we helaas dit kleine paradijs weer verlaten.

 


 

 

 

 

ROTHAU-EGUISHEIM

 

 

Vrijdag 10 augustus

Dag 7: 9.45-16.00 uur

Afstand: 76,14 kilometer

 

 

Na het ontbijt in het hotel, weer een echt Frans ontbijt, bestijgen we onze stalen rossen om aan onze zevende dag te beginnen. In het dorp nog snel inkopen doen. We fietsen een aantal kilometers over een drukke weg tot in St. Blaise-la Roche. Hier gaan we linksaf en beginnen  aan onze geleidelijke klim van de Col de Steige.

De zevende dag brengt ons geluk, want het regent niet er zijn wel zeer dreigende donkere wolken maar wij houden ’t droog.

De beklimming gaat ondanks tegenwind zeer voorspoedig. Voor we ’t weten bereiken we al de top. We hebben niet zo’n grote inspanning geleverd, maar kunnen daarna weer genieten van een geweldige afdaling.

In het dorp La Villé maken we een koffiepauze. De prijzen vallen hier heel erg mee, een kopje koffie en een kopje thee kosten samen maar 15 Fr.frs. Voor dit geld zelfs een hele grote kop koffie.

Vanaf nu krijgt Cor het gemakkelijker, we kunnen een bewegwijzerde fietsroute volgen dwars door de wijnstreken. Hier mag geen gemotoriseerd verkeer komen, alleen de plaatselijke wijnboeren. Cor kan nu ook van de omgeving genieten want hij hoeft niet steeds meer op te kaart te kijken. In Bergheim kiezen we voor de alternatieve route door het wijngebied.

We vervolgen de route dwars door de golvende wijngaarden van de Elzas en passeren schitterende dorpjes met hun gezellige pleintjes en oude vakwerkhuizen.

De wijnboeren boeren hier ook goed, want we zien veel luxe huizen allemaal nieuw of nog in aanbouw. We passeren dorpjes met geweldige namen een daarvan is Truckheim. Hier verlaten we even de route en fietsen door de oude stadspoort het wijndorp binnen. De vakwerkhuisjes staan hier in heel smalle straatjes en zien er allemaal even prachtig en goed verzorgd uit.

We nemen maar weer een koffie/thee pauze terwijl we de aparte sfeer van dit dorp in ons opnemen.

Op dit moment bevinden we ons ter hoogte van Colmar (etappe plaats in de tour van 2001), maar deze grote stad laten we links liggen.

Uiteindelijk vervolgen we weer onze fietsroute naar Rome. De route is nog steeds makkelijk te volgen, tot in het plaatsje Eguisheim (ook weer zo’n geweldig wijndorp). Hier gaan we op zoek naar de camping. Volgens de beschrijving in ons routeboekje moeten we flink klimmen om de camping te bereiken. Deze klim valt mee. We melden ons bij de receptie en krijgen een plaatsje op ’t trekkersveldje. Dit veldje is al druk bezet met allemaal kleine tentjes.

Heel gezellig!!!

 

 

 

 

 

 

 

We zijn heel tevreden, we hebben vandaag een heerlijke fietsdag gehad.

Als beloning gaan we in het dorp eten, eerst een geschikt restaurant zoeken. Inmiddels is het al 19.30 uur, Cor wil nog rondwandelen, maar ik heb honger dus het eerste beste restaurant gaan we naar binnen. Hier is het heel gezellig en niet te groot. Ze serveren speciale streekgerechten, met heel lekkere Elzasser wijnen.

De menukaart is heel bijzonder, hier staat op vermeld: “Wij houden van lekker eten en drinken. Roken bederft de smaak. Gelieve niet te roken.”

Dit vinden we toch wel zo prettig. Geen last dus van rokers.

 

We bestellen een zuurkool gerecht. Vooraf krijgen we uientaart. Hierbij drinken we nog een karaf met 1 liter huiswijn. We laten het ons goed smaken.

Dit maakt deze dag helemaal perfect.

Op de camping lopen de ooievaars vrij rond. In de buurt is een heel groot park voor ooievaars.

Om de ooievaar te beschermen voor ’t uitsterven hebben ze van de trekvogels, standvogels gemaakt. De vogels worden de eerste twee jaar gekortwiekt zodat het trekinstinct wordt tegengegaan. Dan mogen ze weer vrij rondvliegen.

Met een voldaan gevoel kruipen we ons tentje in en vallen spoedig in slaap.


 

 

 

 

EGUISHEIM – REINACH/BASEL

 

 

Zaterdag 11 augustus

Dag 8: 9.30 – 18.15 uur

Afstand: 110,62 kilometer

 

 

We hebben er al een week opzitten en tot nu toe precies 555 kilometer gefietst.

Als ontbijt eten we lekkere boterhammen (door Cor gesmeerd) op en hierna breken we weer onze tent af. Alles gaat op de fietsen en om 9.30 uur verlaten wij de camping.

Ondanks dat het weer in ’t begin niet zo geweldig was gaat het uitstekend met ons.

We voelen ons goed.

Het enige kleine ongemak is dat Cor last heeft van een koortslip en nu beginnen de koortsblaasjes bij mij ook al voelbaar te worden. Ik heb wel een tube zalf in de reisapotheek zitten, maar deze heeft Cor al bijna helemaal opgemaakt. Voor de zekerheid kopen we onderweg bij de eerste de beste apotheek nieuwe lippenzalf.

De eerste uren fietsen we nog op de Route Du Vin.

Als ik omkijk zie ik, dat wij de bergen van de Vogezen nu definitief achter ons hebben gelaten. In de verte voor ons doemen alweer de voorlopers van de Jura op.

Langzaam maar zeker verlaten we het wijngebied en fietsen we door Forêt Dominale de la Hardt Nord. Dit is dan ook weer de “normale route”. Door dit bos is het geweldig fietsen, geen hinderlijk autoverkeer en we schieten ook heel snel op. We hebben een heel hoog gemiddelde.

Om 13.30 uur zijn we in het dorpje Habsheim. Hier gaan we in een restaurantje iets eten. Ze hebben geen menukaart en we moeten eten wat de pot schaft. Dit is voor ons geen enkel probleem.

We krijgen een lekkere steak met frietjes en een salade inclusief de drank en cappuccino en koffie na. Totale kosten: Fr.frs. 192,00

Onderweg zien we weer heel mooie vakwerkhuizen, die nu allemaal in verschillende felle kleuren geverfd zijn. Alle kleuren van de regenboog zijn aanwezig, van helder blauw tot zacht rose en van geel tot groen. Alles is er mogelijk. Af en toe is er een huis tussen dat nog grijs en niet geverfd is, dit maakt dan helemaal geen indruk.

Bij Leymen passeren wij de Frans-Zwitserse grens! Hier is geen grens controle. Inmiddels fietsen wij ten zuiden van Basel. We gaan niet naar deze grote stad. Is ons te druk. We houden meer van het landelijke, zoals de uitgestrekte gladiolenvelden die wij voorbij fietsen. Hier mag je een eigen bosje bloemen “selber picken”. De knipschaar ligt ook klaar. Ik neem aan dat je er toch voor moet betalen.

In Zwitserland volgen we onze  route via de rode fietsbordjes. 

Hoera we hebben ons eerste route boekje er al op zitten. Nu nog maar twee.

We moeten nu op zoek naar onze camping, deze ligt in Reinach ten zuiden van Basel.De camping is moeilijk te vinden. In het dorp bij verschillende mensen naar de weg gevraagd en uiteindelijk  toch gevonden via een klein paadje door een bosje.


 

 

 

 

Ze hebben ook nog een plaatsje voor ons en we mogen met onze visa kaart betalen, wat heel goed uitkomt want we hebben nog geen Zwitserse Francs.

Allereerst weer het tentje opzetten en dan lekker douchen. De toiletgebouwen zijn heel mooi.

Jammer dat de camping bijna onder de autoweg ligt. Je hebt hier last van het autoverkeer en van het vliegverkeer van Basel.

Cor verzorgt vanavond het eten. We krijgen lekkere nudeln. Helaas geen wijn erbij, want in de winkel kunnen we niet met ons plastic geld betalen.

Weer met het thuisfront gebeld Rob en Opa. Adèle ook geprobeerd te bellen, maar waarschijnlijk is ze nog niet thuis.

 


 

 

 

 

REINACH-HOHTENGEN

 

 

Zaterdag  12 augustus

Dag 9: 10.15-18.00 uur

Afstand: 99,15 kilometer

 

 

Vannacht is het heel koud geweest. Ik heb mijn dikke sokken en trui aangedaan, toen kreeg ik het een beetje warm en ben toch weer in slaap gevallen.

Om 8.00 uur staan we op, de zon straalt aan de hemel en wenst ons goede morgen.

We hebben nog brood, dus eten we een lekker boterhammetje met een heerlijk kopje koffie.

De tent wordt weer ingepakt, de tassen gaan weer op de fietsen en we verlaten deze camping.

Bij de uitgang staat nog een Nederlands echtpaar die hier hun einddoel hebben bereikt. Ze fietsen nog een stukje terug langs de Rijn en gaan dan weer huiswaarts.

De route van vandaag gaat grotendeels langs de Rijn. Het eerste gedeelte in Zwitserland via de rode bordjes, dit schiet in het begin lekker op.

We zijn een beetje in de war gebracht door een schema wat we bij ons hebben, deze mensen hebben op een dag van Colmar naar Walschut gefietst (wel 145 km). Voor ons is het minstens 60 kilometer nog tot deze plaats en we komen maar niet dichterbij. Cor is best teleurgesteld hij vindt dat we te langzaam fietsen. Maar de route gaat wel steeds heuveltje op en heuveltje af bij ieder dorp dat we passeren.

We raken ook de route kwijt en fietsen vervolgens in Duitsland de Noordelijke Rijnroute, dit is zeker 20 kilometer extra  fietsen.

Uiteindelijk komen we weer bij de Zwitserse grens, maar op het Duitse grondgebied eten we nog een ijsje. Hier ontmoeten we Joke, ze is ook op weg naar Rome en vandaag ook vanaf dezelfde camping vertrokken. We hebben haar gisteravond helemaal niet gezien. We fietsen samen verder. De route kronkelt soms op Duits en dan weer op Zwitsers grondgebied. We besluiten om op Duits grondgebied een camping te zoeken. Dit wordt de camping in Hohentengen aan de Rijn. We dalen af naar de Camping dit wordt morgen dus weer stijgen, maar dat zien we dan wel weer. De dame aan de receptie vraagt waarom wij en met ons zo veel Nederlanders naar Rome gaan en wat daar nu te zien is. Cor antwoordt natuurlijk “De Paus”.

Bij binnenkomst krijgt iedereen zijn eigen sleutel van het sanitairgebouw.

Nu eerst een plaatsje zoeken voor onze tent en kijken of we ergens iets te eten kunnen krijgen. Omdat het zondag is hebben we geen boodschappen kunnen doen en kunnen zodoende ook zelf geen eten koken. Bij de ingang van de camping is een zwembad en hier is echter ook een frituur. Cor besluit hier dan maar frietjes te gaan halen.

Op de Rijn arriveert nog een kano met drie jongens aan boord, deze komen naast ons liggen. Ze maken een kanotocht. Volgens mij is het best vermoeiend want ze liggen zeer vroeg op bed en we horen niets meer.

We zijn ook blij als we later in ons bedje liggen, vandaag een moeilijke dag gehad. Eigenlijk toch verkeerd ingeschat.


 

 

 

 

HOHENTENGEN-ARBON

 

 

Maandag 13 augustus

Dag 10: 10.15-19.00 uur

Afstand: 100,94 kilometer

 

 

Alles is erg vochtig. Het is koud erg geweest vannacht.

We laten eerst de tent iets aandrogen, voordat we hem afbreken en inpakken.

Onze voorraad brood is op en ons ontbijt bestaat uit mueslirepen met voor mij NATUURLIJK een heerlijk kopje koffie van Cor.

We zitten samen met Joke aan een verderop gelegen picknicktafel.

Vandaag willen we tot de Bodensee fietsen. Joke is ook van plan om deze afstand te fietsen. Ze is trouwens 60 jaar en wordt over 14 dagen 61. Ze is ook lid van de NKBV en bestuurslid in haar regio. Ze woont in Noordwijk (denk ik) in ieder geval aan de zee en bij Schiphol.

We gaan de boel maar weer inpakken. Joke is eerder klaar en gaat al op pad. Een klein half uurtje later zijn wij ook op pad.

Allereerst dus die klim weer naar boven naar het dorp. Hier snel boodschappen doen en dan maar weer verder.

Het schiet goed op vandaag en na een aantal kilometer komen we weer Zwitserland binnen en mogen we van de douane doorfietsen.

Omdat we vanmorgen niet zo’n goed ontbijt hebben gehad gaan we om 12.00 uur in Frauwenfeld iets eten.

We zitten in een restaurant op het marktplein, hier komen veel arbeiders eten.

We kunnen kiezen uit 3 menu’s, we nemen menu 2.

Om te beginnen krijgen we alle twee een fles frisdrank van 1,5 liter op tafel gezet. Hier mogen we zoveel als we willen/kunnen van drinken. Dit is dan voor de prijs van één consumptie.

Het eten is verder ook goed. Eerst krijgen we soep dan een salade en hierna macaroni met gehakt en zelfs geraspte kaas erbij.

Met een goed gevulde maag en weer op krachten gaan we verder. De route is mooi en afwisselend. We fietsen door boomgaarden met appelbomen. Ik kan de verleiding niet weerstaan om een paar afgevallen appels op te rapen en mee te nemen. Wat mij onderweg ook nog opvalt is dat de mensen nog handmatig met grote harken het hooi bij elkaar harken en dan op hoopjes leggen. Op sommige plaatsen gebeurt het ook machinaal.

We vervolgen de route lang de Sitter, nadat een vriendelijke Zwitser ons verzekerde dat deze variant veel mooier is en bovendien fietsen we zo meer in de schaduw. Wat voor ons ook nog een mooie bijkomstigheid is dat we ons dan door de oude veerman met zijn pontje naar de overkant kunnen laten brengen (iets wat we gelezen hebben in het routeboekje).

 

 

 

 

 

 

 

Bij de veerpont blijkt echter dat de oude heer te oud geworden is om het pontje nog te bedienen. We worden wel naar de overkant gezet in hetzelfde oude bootje, maar wel door een stevige jonge vrouw.

Zij heeft de taak van de oude man overgenomen, omdat er veel Nederlanders en Belgen langs komen die naar de overkant willen om hun tocht naar Rome te volbrengen. Het kost tegenwoordig wel 5 Zw. Frs. Tenminste dat moeten wij er voor betalen.

 

 

Deze mevrouw is wel heel aardig en ze wenst ons verder een goede reis naar Rome.

Weer aan wal, moeten we even een pittige klim overwinnen, maar voor de rest is de route van vandaag tamelijk vlak.

We fietsen door tot aan de Bodensee. Hier op de camping staan op een apart veldje wel zeker 100 tentjes allemaal van fietsers. Zelfs hele gezinnen zijn onderweg. Deze camping heeft speciale voorzieningen voor fietsers zoals een drooghok voor natte fietskleren.

Als we de tent aan het uitpakken zijn komt Joke naar ons toe, ze is ook pas aangekomen en heeft al een duik in de Bodensee genomen. Ze nodigt ons uit om, als de tent staat, een kopje koffie bij haar te komen drinken. Nadat we ons verfrist en gegeten hebben, gaan we bij haar koffie drinken. Intussen is het donker geworden en we moeten goed opletten dat we niet over scheerlijnen of haringen struikelen.

De sanitaire voorzieningen zijn goed, maar met zo’n drukte toch te weinig in aantal. Alle fietser krijgen wel nog steeds een plaatsje, caravanners daarentegen worden weg gestuurd. Alle plaatsen zijn bezet, de camping is volgeboekt.

Wij hebben dan toch ook nog een mooi plekje gekregen met een geweldig uitzicht op de Bodensee en we moeten morgenvroeg wel voor 10.00 uur weg zijn. Dit is voor ons geen enkel probleem. ’s-Avonds ook nog even met Adèle gebeld.

Vandaag zijn we zeer veel fietsers tegengekomen.

Voldaan gaan we lekker slapen in ons tentje.


 

 

 

 

ARBON – TREISEN

 

Dinsdag 14 augustus

Dag 11: 10.00 – 16.15 uur

Afstand: 82,53 kilometer

 

 

Het enige nadeel van de camping is, dat deze vlak langs het spoor ligt.

’s-Morgens om 6.00 uur komen de eerste treinen langs, dus ik ben vroeg  wakker, maar over het algemeen bekeken toch lekker geslapen.

’s-Nachts was het heel rustig. Eerst nog maar eens lekker douchen en dan ontbijten. Hierna moeten we helaas weer alles afbreken en opruimen. Joke komt nog afscheid nemen, ze wil nog een dag hier aan de Bodensee blijven. We zullen elkaar waarschijnlijk niet meer tegen komen. Ze heeft 6 weken de tijd, dus ze zal het verder rustiger aan doen dan wij. Ze gaat waarschijnlijk ook met het treintje de bergen over en dan volgt ze een andere route. Eigenlijk weet ze het nog allemaal niet zo precies.

Ik heb gezegd dat we elkaar waarschijnlijk toch nog ooit ergens zullen ontmoeten.

Het eerste uur fietsen we langs de Bodensee en hier komen we echt een “horde” fietsers tegen.

Voorbij Rorschach buigt de route en gaan we de Rijn volgen. De eerste uren schieten we aardig op, maar het wordt steeds warmer en steeds meer puffen en zweten.

We hebben ons een paar keer verreden, maar komen toch steeds weer op de route, alleen willen we de variant langs de Rijn blijven volgen en dit is ergens fout gegaan want we komen toch in Feldkirch uit en ook nog langs een pad waar we eigenlijk niet mochten fietsen, want dit pad is afgesloten vanwege werkzaamheden aan de Rijn. Hier in Feldkirch pikken we de originele route op en vervolgen deze naar Liechtenstein. 

Vlak voor de grens is de weg opengebroken en kunnen we niet door fietsen. We moeten een omleiding volgen door het veld. We volgen enkele veldpaadjes en uiteindelijk moeten we toch naar de grote weg om de grens over te steken. Hier gaat het dan mis, we moeten zo’n steile helling overwinnen, deze is eigenlijk niet op te fietsen. Dus fietsen naar boven duwen, wat mij niet alleen lukt. Cor komt terug naar beneden lopen en moet me komen helpen.

Boven bij een boerderij even uitpuffen komt de boerin naar ons toe en zegt:” Hier komen nooit fietsers en nu zie ik er zelfs twee”. Ik kan me voorstellen waarom een normaal mens hier dus niet fietst.

We zijn van plan om morgen de Splüggenpas te fietsen, maar de afstand is toch langer dan gedacht dus we splitsen de route maar op en nemen de pas dan donderdag (overmorgen).

Na 80 kilometer gaan we op zoek naar de camping. Deze vinden we in het plaatsje Triessen, dit is nog Liechtenstein (Cor had hier iets over gelezen in verslagen van andere internet Rome-gangers). We worden zeer vriendelijk onthaald op de camping. De campingbaas vraagt heel belangstellend waar wij heen gaan. Na ons verhaal mogen we als beloning een mooi plaatsje uitzoeken.

 

 

 

 

 

De buren zijn niet zo blij met ons, we hebben onze fietsen op de plaats gezet, waar zij de normaal de auto kunnen parkeren. Wij zijn gaan zwemmen en toen we terug kwamen, hebben zij de fietsen verplaatst. Wij maken hier helemaal geen probleem van. We hebben plaats genoeg en morgen zijn we toch weer weg. Het is wel jammer, want ’t zijn Nederlanders en ze willen helemaal geen praatje maken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TRIESEN-ANDEER

 

 

Woensdag 15 augustus

Dag 12: 10.30 – 16.45 uur

Afstand: 85,14 kilometer.

 

 

Vanmorgen doen we het rustig aan, om zodoende nog even van de camping en zijn omgeving te kunnen genieten. De camping is helemaal omringd door hoge bergen. De buren zijn nog steeds boos, want er kan geen “Goede morgen” van af. Wij blijven desondanks vriendelijk, maar het heeft geen zin, zij zeggen absoluut niets. Na het ontbijt wordt alles weer vakkundig ingepakt en gaan we weer op weg naar ons bekende doel.

De campingbaas wenst ons nog een goede reis en we moeten de Paus de groeten van hem overbrengen.

In het dorp Balzers zijn we de weg kwijt, we willen de route langs de Rijn volgen, maar we vinden de rivier niet. Er zit niets anders op dan maar even de weg vragen bij een boer en deze wijst ons de weg deze vinden wij nu heel snel. We nemen eerst nog de verkeerde oever, maar dat hebben we snel door, omkeren en dan hebben we uiteindelijk de juiste route weer te pakken.

De eerste kilometers fietsen we op de dijk langs de Rijn. Het waait hard. We moeten flink tegen de wind in trappen.

De kilometers gaan toch snel voorbij, tot aan Domat/Ems. Hier kunnen we kiezen tussen een vlakke route of de Polenweg. Deze moet heel mooi zijn, maar wel met een stevige klim. Bij de splitsing aangekomen is de keus voor ons al gemaakt. We mogen de Polenweg niet in, deze is in verband met afbrokkelende stenen afgesloten. Nu moeten we wel de vlakke route fietsen.

Dit gaat goed tot in Tamis want hier volgen we de bordjes Thusis en komen we alsnog op de Polenweg uit! Na een stevige klim fietsen we over een bergkam. Bij een splitsing van de weg gaan we aan de afdaling beginnen. Dit gaat goed fout. Op een gegeven moment kunnen we geen enkele kant meer op. Het weggetje loopt dood bij de Rijn. We kunnen niet meer verder fietsen. Hoog boven ons zien we de autoweg die hier in een tunnel verdwijnt. We fietsen terug tot bij een herdershuisje en hier vragen we aan een vrouw de weg. Helaas moeten we weer een flinke klim omhoog over een kiezelpad. Ik krijg mijn trappers niet meer rondgedraaid, ze trappen over de kiezels steeds door en ik kan geen snelheid maken. Ik moet gaan lopen en ben doodop, maar waarschijnlijk zit het meer tussen mijn oren dan dat ik werkelijk vermoeid ben.

De beloning is echter wel dat we op een fantastisch mooi pad uitkomen met een geweldig uitzicht. In de diepte zien we de snel stromende Hinter-Rhein en de autoweg die in de tunnel verdwijnt! Een uurtje geleden stonden we nog beneden en nu zien we alles vanaf  de hoogte. Na verloop van tijd komen we ook weer fietsers tegen, dus de bewoonde wereld komt weer in zicht. Hierna vervolgen we snel de weg tot in Thusis. We passeren een militair oefenterrein, waar we daadwerkelijk dwars door de in gevechtspositie staande militairen fietsen. Net op het moment dat wij

 

 

 

 

passeren gaan ze in de “aanval”. Gelukkig ontwijken ze ons en zijn wij niet hun doelwit. Opgelucht fietsen we door.

 

We besluiten om toch nog door te fietsen tot in Andeer dit is nog 12 kilometer.

Deze kilometer zijn vrij zwaar, want we beginnen al langzaam te klimmen via de steile klim door de Via Mala kloof. Dit is een indrukwekkende kloof. Waar we diep beneden ons het water van de rivier zien stromen. Deze weg heeft ook een aantal tunnels. In een tunnel horen we een lawaai van jewelste. We kunnen niet bepalen of het geluid van voren of van achter ons komt. We blijven strak doorfietsen totdat we een hele colonne van motoren ons tegemoet rijden. Het geluid is echt angstaanjagend en oorverdovend. Gelukkig is deze weg meer zo druk sinds de aanleg van de autoweg door de San Bernadino want dan was dit geen prettige weg om te fietsen.

We gaan in Andeer op zoek naar een hotel en niet naar de camping, omdat ik vind dat we dit vandaag verdient hebben. We hebben een zware inspanning geleverd door de beklimming van de Via Mala Kloof.

We vinden een heel gezellig familiehotel Hotel de Post.

Tijden het avond eten vult Cor het inschrijfformulier in. De eigenaresse komt vragen of we werkelijk naar Rome gaan met de fiets. Zeker weten, zeggen wij. Maar dan zal wel de bagage nagebracht worden oppert ze. Nee, alle tassen nemen we zelf op de fiets mee. Ze vindt ’t allemaal fantastisch.

Het hotel is  heel rustig, want om 22.00 uur is er algehele “Ruhe”. Dit vinden wij niet erg, want we gaan toch op tijd naar bed.

Cor is vandaag twee maal door een wesp gestoken, eerst in het linker been en daarna op precies dezelfde plaats in zijn rechter been. Ik heb alles wel meteen goed verzorgd, maar 

’s-avonds heeft hij toch twee dikke bulten op ieder dijbeen een.

.

Andeer is een heel leuk dorp met geneeskrachtige bronnen. De huizen zijn versierd met graffiti. Dit is schrapen of graveren van afbeeldingen in de gevel. Ons hotel heeft ook zo’n mooie versiering op de voorgevel.


 

 

 

 

ANDEER – CHIAVANNA

 

 

Dag 13: 9.20 – 17.00 uur

Donderdag 16 augustus

Afstand: 55,71 kilometer

 

 

Heel goed geslapen. Het was dus echt rustig in het hotel.

We laten ons het goed verzorgde ontbijt smaken. Diverse soorten brood, broodje en een croissantje. Stukjes kaas en muesli.

De spanning is vanmorgen te snijden, want vandaag gaat het gebeuren. We gaan via de

Splügenpas (Alpen) naar Italië.

We vertrekken om 9.20 uur en het is lekker koel. De zon schijnt nog niet volop en dit is maar goed ook want we beginnen meteen met een flinke klim door de volgende kloof, de Roflaschlucht. Deze beklimming is zeer zwaar en ze zijn hier ook nog wegwerkzaamheden.  Er is maar een hele smalle rijstrook beschikbaar. Ze hebben verkeerslichten geplaatst omdat maar een richting mag doorrijden.We hebben rood licht en moeten wachten. Eindelijk is het dan groen, maar voordat we de wegwerkzaamheden gepasseerd zijn, springt aan de andere kant het licht op groen en komt ons het verkeer al tegemoet. We moeten nu onze goede stuurmanskunsten  vertonen. Met volle concentratie en lichamelijke inspanning fietsen we bergop. De verkeerslichten zijn duidelijk niet ingesteld op fietsers.

Het uitzicht op de kloof is wel weer prachtig en we nemen ons de tijd om hier toch ook van te genieten. Aan het eind van de kloof hebben we een klein stuk vals plat langs een meer bij het dorp Sufers. Denk ik dat we nu wel weer een beetje kunnen opschieten omdat we een “vals plat” moeten overbruggen, zit het weer flink tegen. Wat betreft de wind. Deze komt door de kloof met volle vaart recht op ons af. We gaan maar heel langzaam vooruit.

De echte klim begint voorbij Splügen. Vanaf nu moeten we het laatste hoogteverschil overwinnen. Over een lengte van 7 kilometers overbruggen wij een verschil van 500 hoogtemeters. Dit laatste gedeelte is wel heel indrukwekkend.

Haarspeldbocht na haarspeldbocht slingert de weg omhoog. Af en toe fietsen we langs diepe afgronden en hier moet ik goed op de weg blijven kijken, want anders krijg ik last van hoogtevrees. De omgeving wordt steeds mooier. We fietsen echt tussen de hoge Alpen. Om ons heen liggen de toppen nog bedekt met sneeuw. We hebben nog steeds veel last van de wind. Je merkt in de haarspeldbochten heel goed wanneer je wind tegen of mee hebt. Het wisselt zich steeds af. En met wind mee gaat het een stuk gemakkelijker.

We stoppen regelmatig om steeds weer een beetje op krachten te komen. Er is vrij veel verkeer op de weg, maar ze houden heel goed rekening met ons fietsers. Er zijn ook veel racefietsers die deze top willen bedwingen. Ik word zelfs nog een stukje geduwd door een achteropkomende fietser, dit is helemaal niet prettig. Je komt helemaal uit je ritme. De man had schijnbaar medelijden met mij. Het toppunt van alles is, dat er zelfs een Duitser met de caravan achter de auto naar beneden komt

 

 

 

rijden, terwijl de pas gesloten is voor zwaar verkeer en verkeer met aanhangers. Deze man is zeker levensmoe. Hij is niet alleen een gevaar voor zich zelf maar ook voor de medeweggebruikers.

 

 

Op 800 meter voor de top is de Zwitserse grenspost. Hier is ook een leuk restaurantje. In dit restaurant bestellen we een bord vol met diverse vleeswaren We laten het ons smaken.. Naast ons zit een racefietser. Hij laat binnen een kaart afstempelen als bewijs dat hij de top gehaald heeft. Hij komt uit Nederland en fietst in zijn vakantieperiodes alle passen van Europa. Na deze pas gaat hij vandaag nog even over de St. Bernandino. Nou ik vind deze wel genoeg hoor.

Weer uitgerust en aangesterkt gaan we voor de laatste 800 meter klimmen tot aan de Italiaanse grens. Weer een grens, ons 9e land.

Dan staan we op de top, een geweldig gevoel. Dit hebben we dan toch maar even op eigen kracht overwonnen. Er staan meer fietsers die de top bereikt hebben. Zo een prestatie verbroederd! We zijn allemaal blij.

Ik ben best een beetje trots op mezelf dat ik dit volbracht heb. Het is helemaal niet gemakkelijk geweest en ik heb de diverse pauzes ook nodig gehad. Maar als je omkijkt en je ziet hoeveel haarspeldbochten je overwonnen hebt dan krijg je weer kracht om verder te gaan.

Nu hierboven op de top ben ik ook weer snel hersteld en dat is toch een goed teken.

We beginnen uitgerust aan de afdaling. Deze is geweldig met een groots uitzicht. Tot aan Montespluga, 3 kilometer verder gaat het nog vrij geleidelijk naar beneden. We komen uit bij een meer, hier fietsen we omheen en dan begint de eigenlijke afdaling. Hier moet je goed kunnen sturen en natuurlijk veel vertrouwen in je fiets hebben. Onze Koga’s houden zich tot nu toe perfect. We gaan bijna net zo snel naar beneden als het gemotoriseerd verkeer.

We passeren nog enkele tunnels en hier kunnen we, onder het fietsen, met een handle de dynamo aanzetten en fietsen we met het licht aan verder.

In een dorp, tijdens de afdaling, ziet Cor een pinautomaat. Hij stopt en gaat Italiaanse Lires pinnen. Op het bonnetje staat het bedrag zelfs al in Euro`s vermeld.  Nu kunnen we in Italië  boodschappen doen.

De afdaling is toch wel gevaarlijk, er zijn bijna geen vangrails en ook hier is er veel verkeer op de weg. Het wegdek is slecht, met veel gaten en groeven.

We besluiten om beneden na de afdaling in Chiavanna te stoppen om de nacht door te brengen. Bij het bureau van toerisme informeren we naar een hotel. We worden heel vriendelijk geholpen en ze reserveren een kamer voor ons.

Het hotel ligt binnen 500 meter en is vrij groot. De kamer is goed verzorgd, met een ligbad. Dit wordt weer genieten van een warm bad. De benen ontspannen in het water. Ze hebben vandaag weer goed hun best gedaan.

Cor heeft gelukkig geen last meer gehad van zijn wespenbeten.

Ondanks zijn nieuwe zadel heeft Cor toch nog last van zijn bips. Vandaag heeft hij zelfs veel last, want tijden het avondeten, kan hij bijna niet op zijn achterste zitten.

Cor belt met Opa om hem op de hoogte te brengen van onze overwinning van vandaag.

Rob belt nog op dat hij goed is aangekomen in Gran Canaria.


 

 

 

 

CIAVANNA – CIVATE (meer van Anone)

 

 

Vrijdag 17 augustus.

Dag 14: 9.20 – 17.00 uur

Afstand: 73,48 kilometer

 

 

Het is vannacht heel warm en broeierig. Ik kan moeilijk in slaap komen. Cor snurkt al lekker naast mij. Uiteindelijk toch in slaap gevallen en weer uitgerust wakker geworden. In het hotel krijgen wij ons ontbijt. Dit is volop met kaas en ham en lekkere broodjes en wat er allemaal bij hoort is in ruime mate aanwezig.

We rekenen af, geven de portier zijn fooi, want hier in Italië is dat gebruikelijk. De fietsen worden uit de garage gehaald de tassen gaan er weer op. We zijn er weer klaar voor. Om 9.20 uur zitten we weer op weg naar het zuiden.

Het is nog steeds heel broeierig. In de bergen heeft het de afgelopen nacht geonweerd. Het begint nu zelfs te motregenen. Na een uurtje klaart het gelukkig weer op en wordt het steeds warmer. We fietsen langs het Como-meer. Het schiet snel op en de omgeving is heel mooi. De bergen blijven nog om ons heen en we fietsen er dwars doorheen.

Bij een pauze aan het Como meer zien we een Nederlands echtpaar met bepakte fietsen. Hij wil een foto maken en Cor vraagt of hij er eentje van hun beide moet nemen. Dit vinden ze heel fijn.

Ze fietsen via de route van P.B. terug naar Nederland. Ze zijn met de bus naar Florence gegaan. Vol belangstelling vragen ze of we van die berg “de Splügenpas” af komen. Ze vinden het heel knap dat we die gefietst zijn, zelf nemen ze het treintje. Dan scheiden zich onze wegen weer. Zij gaan naar het noorden en wij naar het Zuiden.

Vrij snel zijn we dan in Varenna waar we de veerboot nemen naar Bellagio. We fietsen via de west routen van Lago di Lecco naar Civate. Na de overtocht moeten we weer eerst een flinke klim overwinnen. Dit valt tegen, hebben we mentaal geen rekening mee gehouden. De beloning is wel een prachtige weg hoog langs het meer, met mooie vergezichten over het meer, en langs hoge rotswanden. We moeten ook nog door twee lange tunnels, deze zijn wel verlicht en tweebaans. Deze tunnels fietsen aangenamer dan de tunnels die we eerder op de dag tegenkwamen.

Cor heeft wel steeds zijn reflecterend fel geel hesje aangedaan ( voor mij zegt hij). Wij vallen dan goed op voor het achteropkomend verkeer. Het geluid in de tunnels vind ik nog steeds angstaanjagend.

In Civate aangekomen gaan we op zoek naar de camping. Deze is moeilijk te vinden. Staat ook nergens aangegeven.

Cor gaat maar de weg vragen, en deze man is zo vriendelijk om met de auto voorop te rijden tot het punt waar de route naar de camping staat aangegeven. We fietsen nu rechtstreeks naar de camping. Op de camping is het vrij rustig. Bij de receptie spreek ik af dat ik om 19.00 uur de vuile was in de wasmachine kan doen.

 

 

 

 

 

 

Er arriveert nog een fietser. Hij gaat met zijn tentje tegenover ons liggen.

Vorig jaar heeft hij zijn tocht naar Rome ter hoogte van Milaan wegens materiaal pech moeten afbreken en nu wil hij toch tot Rome fietsen. Zijn fietsframe was gebroken en dit konden ze niet herstellen. Hij moest toen dus noodgewongen naar huis. Gerrit vertelt nog van twee meisjes op de fiets die hij ontmoet heeft. Wij zijn ze niet tegen gekomen.  

Achter ons staat een kleine camper uit Wales. De man staat vol belangstelling naar onze uitrusting te kijken. Hij vindt het allemaal geweldig. Vraagt ook nog in hoeveel dagen wij over de Alpen gefietst zijn, als we antwoorden in een dag is hij met stomheid geslagen.

Het wassen met de wasmachine lukt niet. De machine is defect. Alles dan maar op de hand wassen en op ons waslijntje tussen de fietsen te drogen hangen.

Cor gaat pizza’s halen (deze moeten hier lekker zijn), helaas de pizzabakker heeft vrij vandaag. We hebben nog twee broodjes bij ons, deze hebben we dan maar opgegeten.

Vandaag gaat het ook weer iets beter met het achterste van Cor. Om 21.00 uur gaan we al naar bed.

 

 

 


 

 

 

 

CIVATE – CREMONA

 

 

 

Zaterdag 18 augustus.

Dag 15: 10.00  – 19.30 uur.

Afstand: 130,37 kilometer

 

 

Vannacht heel slecht geslapen. Liggen we net op bed begint er een diskjockey favoriete campingmuziek te draaien. Zoals de vogeltjesdans en nog meer van die hoempa muziek. Normaal kan het wel gezellig zijn, maar niet als je vandaag de Alpen overwonnen hebt en je veel rust nodig hebt. De muziek staat ook nog eens keihard. Hierbij slapen gaat niet.

Het dreigt ook nog eens de hele avond met onweer en nadat de muziek eindelijk om 12.00 uur stopt begint het flink te waaien, hard te regenen en te onweren. Snel nog de was naar “binnen halen”. Verder blijft het de hele nacht onrustig. Om 8.00 uur ’s morgens vroeg is het droog en staan we op. Cor gaat naar het winkeltje de broodjes halen. Hij krijgt ze niet mee, liggen wel klaar maar moet tot 8.30 uur wachten. Dan maar eerst lekkere koffie zetten, de was nog opgehangen om te drogen, het waait nog flink.

De broodjes dan toch  meegekregen en deze eten we met smaak op. Het blijft hard waaien, ik zie er een beetje tegenop om te vertrekken, want ik fiets niet graag met tegenwind.

Onze buurman Gerrit is al helemaal klaar wenst ons nog een goede dag en vertrekt.

We vertrekken ook om 10.00 uur. Ik heb geluk de wind gaan liggen. De camping laat bij mij geen goede indruk achter. Alles valt tegen en de Pizza’s die hier heel lekker moeten zijn, hebben we niet geproefd. De prijs die we voor een nacht moeten betalen is ook ontzettend veel.

Vandaag willen we een rustige etappe fietsen en het niet al te veel kilometers fietsen. Bij Porto d’Adda fietsen we nog een weggetje langs de Adda. Heel rustig en een mooi natuurgebied.

Na ongeveer 85 kilometer gaan we in Crema een hotel zoeken. Er staan 3 hotels in het boekje. Twee hebben we al gevonden en zijn de hele maand augustus gesloten. Op zoek naar nummer drie komen we op het pleintje Joke tegen. Leuk om elkaar weer te zien. Ze besluit zelfs om met ons mee te gaan naar het hotel. Na even rondvragen vinden we het hotel, je raadt t natuurlijk al, dit is ook gesloten t/m 18 augustus. Hebben wij pech, morgen is het hotel weer open.

We besluiten om samen met Joke door te fietsen naar Cremona. Hier is een camping, dit is wel nog 35 kilometer maar het moet ons gewoon lukken. We nemen de grote weg rechtstreeks naar Cremona dan hoeven we niet op de route beschrijving te kijken. Om beurten fietsen we op kop. We fietsen als een goed getraind team. Het gaat heel hard, met een gemiddelde van 25 km per uur ondanks de schuine tegenwind en bepakking op onze fietsen.

 

 

 

 

 

 

Ik ben blij als ik de verte de huizen van Cremona zie liggen. Nu nog op zoek naar de camping. Deze staat heel mooi aangegeven, alleen mogen wij als fietsers deze straat niet inrijden.

Cor gaat de weg vragen aan een iets oudere Italiaan, deze man spreekt een beetje Frans. Hij legt heel duidelijk uit hoe we moeten fietsen en moe maar voldaan bereiken wij na 130 kilometer de camping. We melden ons bij de receptie. De dame van de receptie denkt dat we doof zijn, want ze schreeuwt heel hard, om aanwijzingen te geven voor het invullen het aanmeldingsformulier. Ze begrijpt niet, dat wij alleen moeite hebben met de Italiaanse taal.

Als we langs het restaurant fietsen zit Gerit hier met nog een Nederlands koppel te eten.

Eerst onze tent opzetten, lekker douchen en dan gaan we samen met Joke in ’t restaurant eten.

We bestellen een menu met pasta vooraf en dan vlees met gebakken aardappeltjes. Cor en Joke drinken een heerlijk pilsje, zelf hou ik ’t maar bij water. We krijgen nog een toetje, en dan komen twee meisjes aan. De fietsen zetten ze bepakt voor het restaurant Ze willen eerst graag eten. Dit kan nog net, de keuken is nog niet gesloten. Volgens mij zijn dit de meisjes waar Gerit het over had en een stuk mee opgefietst heeft, en jawel hoor ze zijn het.

Ze vonden het vandaag een verschrikkelijk lang stuk fietsen en nergens een camping. Nou hier weten wij alles van. Dat probleem hadden wij ook.

Het is fijn om met Joke ook nog even bij te kletsen. Ze heeft ook de Splugenpas gefietst en is niet met het treintje gegaan, wat ze eerst wel van plan was. Ze vond de pas prachtig.

Eigenlijk te laat maar om 10.30 liggen we op bed. Nu lekker slapen, denken wij.  Mis, gaat om 11.00 uur ergens een discotheek open en kunnen wij meegenieten van de harde muziek.

Dit gaat door tot 4.00 uur in de ochtend. Weg goede nachtrust.

De Camping is ook zeer sober, sanitair heel oud. Wij zijn deze campings niet gewend. Dit is Italië en we zijn ook nog nooit in Italië op vakantie geweest, misschien is hier alles gewoon van mindere kwaliteit. Ze zijn ook nog eens zeer prijzig. Gelukkig is het altijd maar voor een nachtje.


 

 

 

 

CREMONA – BRESSELLO

 

 

Zondag 19 augustus

Dag 16: 10.00 – 19.30 uur

Afstand: 83,75 kilometer

 

 

Vannacht weer een verschrikkelijke nacht gehad, we doen het vanmorgen rustig aan. Gelukkig hebben we nog twee broodjes, want op de camping is niets te koop. Cor maakt wel weer een lekker kopje koffie voor mij. Dit is om goed wakker te worden. Joke vertelt dat ze vandaag een rustdag neemt om morgen dan de grote etappe tot Modena (is ook 140 km) te fietsen. Wij willen niet zo’n grote etappe fietsen. Gewoon rustig aan en kijken of dan onderweg een of ander hotel kunnen vinden.

Om 10.00 uur hebben alles toch alweer ingepakt en gaan we op weg.

We fietsen door een hele rustige streek en op kleine rustige weggetjes. In het begin fiets nog een trimmer met ons op. Cor heeft een heel leuk gesprek met hem in het Engels. Van hem krijgen we ook te horen waarom het in de Po-vlakte om deze tijd zo rustig is en waarom nu veel middenstanders en hotels/restaurants gesloten zijn. Dit is een industriegebied en de fabrieken liggen de hele maand augustus stil. Alle arbeiders en ook de buitenlanders zijn nu weg. Op dit moment is er dus geen inkomsten en hebben ze alles maar gesloten. Voor die paar gekke fietsers die dan toevallig hier langsfietsen gaan ze niet alles openhouden.

In een klein gezellig dorpje bij een parkje krijg ik een lekke band. Het lek zit in de geplakte band van vorig jaar op precies dezelfde plaats. Waarschijnlijk door de grote wrijving en spanning van de afdaling heeft het plaksel losgelaten. Gelukkig is dit niet tijdens de afdaling gebeurd, maar wel hier in dit idyllisch dorpje. Cor legt een nieuwe binnenband op mijn fiets en dan kunnen we weer verder.

Het schiet vandaag weer lekker op, alles is vlak. Alleen is hel heel warm en ik heb dorst, dus veel drinken.

In de kleine dorpjes hangen overal de Ferrari vlaggen uit. Volgens mij is Schumacher wereldkampioen geworden.

We hebben een afslag gemist, waardoor we een andere route gefietst hebben. We komen uit in Viadana dit ligt aan de Po een paar kilometer van de werkelijke route. Hier zijn ook geen campings in de buurt dus maar op zoek naar een hotel. We vragen aan een oudere dame op de fiets de weg naar een hotel. Ze weet er een, en fietst voorop om ons de weg te wijzen naar het hotel midden in het stadje. Mooi hotel van buiten, helaas gesloten. Op het pleintje bij een cafetaria nemen we ons eerst iets te drinken. Ik heb nog steeds ontzettend veel dorst. Ik bestel water en ice-thee. Hier informeren we weer naar een hotel. Ze verzekeren ons dat in het volgende dorp aan de overkant van de Po in Brescello zeker een hotel is dat geopend is. Ze vermelden nog dat dit dorp bekend is van de oude tv-serie Fernadel. Maar weer op weg, het hotel snel gevonden, is een groot hotel. Wij gaan ons melden bij de receptie, blijkt dit hotel helemaal volgeboekt. Ik plaats hier vraagtekens bij. Volgens mij zijn wij met onze fietsen niet welkom. Dit is de eerste keer dat ik deze indruk krijg, want op de meeste plaatsen worden we altijd heel vriendelijk ontvangen.

 

 

 

 

De receptionist wijst ons wel nog de weg naar een ander hotel iets verderop.

Op het eerste gezicht lijkt ook dit gesloten. Het is er erg rustig. We lopen achterom (volgens de bordjes). Een man opent voorzichtig de deur en op ons vragen of hij een kamer vrij heeft antwoordt hij bevestigend.

We worden naar binnen gevraagd en moeten dan een hele tijd wachten voordat we naar onze kamers gebracht worden. Volgens mij hebben ze niet veel  klandizie. Maakt mij niet veel uit, ik ben blij dat we een kamer hebben en het is altijd veel beter dan de campings, die we afgelopen dagen bezocht hebben. We worden naar onze kamer gebracht en deze valt 100% mee. We hebben zelfs airco op de kamer en een heerlijk bad. We vragen nog of we kunnen eten en dat is ook geen enkel probleem.

Cor belt met Opa en ik met Rob. Adèle geen gehoor. Met de billen van Cor gaat het ook steeds beter.

Om 20.00 uur gaan we naar beneden om iets te eten, komen we in het restaurant zit dit al helemaal vol met mensen. We weten niet wat we zien. De keuken is hier wel goed.

We hebben hele aparte dingen gegeten. Ik weet niet wat ik  besteld heb, maar het is allemaal lekker. De fietsen mogen na het eten in de keuken staan. Eerst stonden ze buiten onder aan afdak, dit is veiliger volgens de hoteleigenaar.


 

 

 

 

BRECELLO – GUIGLIA

 

 

Maandag 20 augustus.

Dag 17:  10.00 – 17.00 uur

Afstand: 99,31 kilometer

 

 

Heerlijk geslapen. Geen muziek, geen disco, geen verkeer en geen treinen. Na het ontbijt om 10.00 uur weer  vertrokken. Cor vraagt nog even hoe we het beste naar Modena kunnen fietsen. Over een tamelijke drukke weg fietsen we via Reggio Emmilia naar Modena. Reggio  is een zeer grote stad. We fietsen hier lang rond voordat we uiteindelijk de stad verlaten hebben. Enkele kilometers voor Modena ligt een mooi groot winkelcentrum. Alle winkels zijn hier wel gesloten, de restaurantjes zijn wel open, dus gaan we hier iets eten.

We naderen de stad van de zuidzijde en volgens Cor is het niet nodig om helemaal door de stad te fietsen. En hier ben ik het wel mee eens. Op het route-kaartje is een randweg getekend en deze proberen wij dan te volgen. Dit gaat mis komen we op de autoweg uit. Er staan bij het begin helemaal geen borden. De auto’s racen ons voorbij. Ze vinden het waarschijnlijk niet raar dat hier twee fietsers fietsen want er niemand die toetert. Na ongeveer 8 kilometer kunnen we eindelijk de weg verlaten. Nu maar weer de juiste route zien terug te vinden. Na veel zoeken en navragen hebben we dan toch eindelijk weer de goede richting. Er zijn zelfs mensen die ons weer de autoweg op willen sturen en als wij dan zeggen no, no, alleen fietsen, weten ze niet welke weg we moeten hebben. Nu fietsen we dan richting Vignola, wel over de drukke weg. Het gaat snel maar je moet goed opletten het wegdek is aan de zijkanten slecht. We kijken veel in onze spiegels om zo het achteropkomend verkeer in de gaten te houden. Als je maar goed blijft doorfietsen is er niets aan de hand en wordt er toch rekening met je gehouden. Tot Vignola is de route vrij saai. Na Vignola zitten we weer op de juiste route en beginnen we weer te klimmen. Het uitzicht wordt ook steeds mooier. Dit is dan onze beloning voor de vrij pittige klim.

Na een klim van 10 kilometer komen we in Guiglia aan. We besluiten om hier te stoppen en we gaan op zoek naar een hotel. Cor heeft ergens in een verslag of boek gelezen dat er hier een heel leuk hotel genaamd “la Laterne” moet zijn. We vragen even bij een oud dametje naar het hotel en we hebben het snel gevonden.

We worden heel vriendelijk ontvangen en hier is gelukkig weer een beetje toerisme (anders dan in de Po-vlakte). We hebben de keus uit twee kamers een met een groot bed en een met twee enkele bedden. De keus was voor ons niet moeilijk, lekker samen in het grote bed.

Nu weer heerlijk douchen, uitrusten van de inspanningen van vandaag en dan weer zorgen voor het avondeten. Het hotel heeft een heel gezellig restaurant, dus hier blijven we eten.

Nadat we de kaart uitvoerig bestudeerd hebben, waarbij het voor ons nog steeds moeilijk is om de kaart te ontcijferen, maken wij een keus. Nu komt de uitbater met een suggestie, we moeten een streekgerecht proberen. We laten de keus nu aan hem over en laten ons graag verrassen.

 

 

 

 

Als voorgerecht krijgen we een pasta, dit hebben we nog zelf uitgezocht. Hierna komt het streekgerecht. Ik probeer een beetje uit te leggen waaruit dit bestaat. Een grote schaal met diversen soorten vlees zoals ham spek en salami, een bakje met een soort reuzel met kruiden en kaas. Dit moeten we op speciaal gebakken brood leggen. Hij komt ons zelf uitleggen hoe we dit moeten opeten. Er heerst hier een heel gemoedelijke en vriendelijke sfeer, ook mensen van uit het dorp komen hier speciaal dit gerecht eten.

Tenslotte laat hij ons nog het gastenboek zien, hier komen veel Nederlandse fietsers. We lezen in het gastenboek en ontdekken ook dat Rene Gijsel de schrijver van “Keerpunt Rome” hier een dankwoord in heeft geschreven. Cor schrijft ook nog enkele woorden in het gastenboek en verder genieten we nog van de heerlijke wijn uit deze streek. Heel voldaan en met een intens gelukkig gevoel gaan we naar bed. Dit zijn de dingen die deze tocht bijzonder maken.

 

 


 

 

 

 

GUIGLIA – PISTOIA

 

 

Dinsdag 21 augustus

Dag 18: 10.00 – 18.30 uur

Afstand: 104,80 km

 

 

Lekker geslapen, heel rustig in het hotel. De overige gasten hebben ook al een respectabele leeftijd bereikt.

We krijgen nog een heerlijk ontbijt, zelfs met nutella, dit is speciaal voor de fietsers. De cappuccino is hier overheerlijk. We krijgen nog een fles water van een oud echtpaar, hier vullen we onze bidon mee.. Op de voorgevel onder de lantaarn hangt een Nederlandse spreuk “ Eindelijk, je bent nu gearriveerd op de juiste plaats om weer op krachten te komen”.

Jammer maar de tocht gaat weer verder. Dit hotel willen we nog wel eens bezoeken.

Het is maar goed dat we uitgerust zijn, want we beginnen weer met een flinke klim. Over een afstand van 12 kilometer klimmen we naar de top van 800 meter in het plaatsje Zocca. Het is een heel druk en gezellig dorpje. In de supermarkt doen we onze boodschappen. Hier staat een man vol belangstelling naar onze fietsen te kijken, uiteindelijk durft hij te vragen waar wij vandaan komen, en met ons gebrekkig Italiaans en gebarentaal vertellen wij dat we vanuit Nederland onderweg zijn naar Rome. Hij vindt het allemaal geweldig en wenst ons nog een goede reis. We krijgen onderweg trouwens wel meer aanmoedigingen vooral tijdens de beklimmingen. Na een kleine afdaling, klimmen we weer naar onze tweede top op een hoogte van 900 meter. Het lijkt allemaal niet zo hoog, maar het zijn vrij pittige klimmen. Dit zijn dan de Appenijnen.

De omgeving is hier wel heel mooi, veel bossen en hier zijn ook veel kuuroorden. Dit lijkt mij ook een mooi en rustig vakantiegebied.

Hierna mogen we weer afdalen tot  een hoogte van 400 meter om dan toch maar weer te gaan stijgen tot een hoogte van 700 meter. Hier in het bos verscholen ontdek ik nog een huisje, dat heel veel lijkt op de huisjes die we vorig jaar in O`Cebriero gezien hebben.

Tenslotte hebben we een afdaling van 12 kilometer, met zeer steile stukken met een hellingspercentage van 15. We fietsen Pistoia binnen en hebben de Apennijnen overwonnen en zijn nu in Toscane.Na een half uur door Pistoia fietsen vinden we een aardig hotel. Het is nooit een probleem om de fietsen onder te brengen. Nu mogen ze zelfs in de hal staan.Er is een nachtportier en deze let op de fietsen.

Ondanks dat we zo’n grote afstand  met veel klimwerk afgelegd hebben, ging het fietsen vandaag heel goed. Het was warm weer, maar we fietsten vaak in de schaduw van de kastanje bossen.

Ons lichaam lekker verzorgen, even uitrusten en dan weer de inwendige mens verwennen. We vinden een leuk restaurant genaamd St. Jacobo. Het eten smaakt ons weer goed.We wandelen nog even door Pistoia en bezoeken op het beroemde marktplein de mooie Domkerk. We gaan op tijd naar bed om morgen weer uitgerust aan onze volgende dag te beginnen.


 

 

 

 

PISTOIA – MARCILLA

 

 

Woensdag 22 augustus

Dag 19:  10.00 – 16.45 uur

Afstand: 63,30 km

 

 

Het is heel drukkend warm vannacht. Met het raam open geslapen. Dit is eerst nog rumoerig, omdat hier het restaurant St. Jacobo ligt. Het duurt niet al te lang voordat ’t rustig wordt. Uiteindelijk dan toch in slaap gevallen, ook omdat het licht afkoelde.

We ontbijten in het hotel. Alles is heel goed verzorgd en er is vlees en kaas aanwezig.

Pistoia is een mooie stad, dus hier willen we nog enkele uurtjes rondwandelen en de bekende gebouwen bezichtigen. Helaas is er in de oude binnenstad en op het plein markt. Het is een drukte van jewelste, veel mensen zijn op de been. We proberen toch nog met onze fietsen er door heen te lopen, dit is onbegonnen werk. Het is te druk. Jammer, dan maar weer verder met onze fietstocht.

Als Pistoia al een tijdje achter ons ligt en wij door een klein dorpje fietsen, komt een trimmer naast Cor fietsen. Hij vraagt waar we naar toe gaan. We antwoorden naar Rome en de eerste grote stad is Empoli. Hij moedigt ons aan en zegt, dat we nog een flinke klim voor de boeg hebben. Cor legt hem uit dat we de Alpen en de Apennijnen al overwonnen hebben en dat dit ook wel moet lukken. Hij wenst ons nog veel succes. Weldra hierna begint het flink te stijgen. Dit traject is heel erg in trek bij trimfietsers, er fietsen ons vele voorbij. Een paar kilometer voor de top ligt in de bocht van de weg een bron. Hier drinken we lekker fris water, gooien water in ons gezicht en vullen de bidons. We zijn klaar voor de laatste kilometers klimmen.

Vandaag valt het toch weer op dat veel winkels en cafeetjes gesloten zijn. Zelfs in de grote stad Empoli hebben wij geen terrasje kunnen pikken. Voor Empoli kunnen we in een mooie grote supermarkt boodschappen doen. Hier loopt een zwerfjongere rond die de winkelwagentjes ophaalt, voor de munt die er in zitten. Bij ons bedelt hij om iets te eten. Uit principe gaan wij hier nooit op in. Cor zegt altijd, ze gaan maar werken.

In het park eten we ons gebakje op en inmiddels is het heel warm geworden, zeker 35 graden

En geen enkel plekje schaduw.

Opeens komt er een Italiaanse dikke mamma op een Vespa naast Cor rijden. Ze vraagt waar onze tocht heen gaat, Cor vertelt weer over onze trip naar Rome. Ze rijdt weer verder en stopt in het dorpje, als wij passeren dan komt ze weer naast Cor rijden en dan begint ze een of ander verhaal over money en laat een biljet van 10.000 lires zien. Nu worden we alert en vrij kortaf maken we een eind aan het gesprek en gebaren dat ze moet doorrijden.

We fietsen over de wijnroute, de vergezichten zijn prachtig maar het fietsen is zwaar. Ik heb het moeilijk. Het gaat steeds bergop en af, met flinke. Uiteindelijk komen we toch de camping Marcialla aan, deze ligt langs de route.

De campingbaas ontvangt ons, en in het Engels heet hij ons welkom. We zien er zeker heel vermoeid uit, want we moeten maar eerst de tent opzetten en uitrusten. Hij vertelt wel nog dat het water uit de kraan goed drinkwater is en hier maak ik meteen gebruik van.

 

 

De camping ligt geweldig, allemaal terrassen en een prachtig uitzicht over de druivenranken. We zoeken een mooi plekje voor ons tentje en gaan ons lekker douchen. Het kussentje van Cor is nergens te vinden. Er zijn niet zo veel tassen, dus moeilijk zoeken is het niet. Volgens Cor heb ik het natuurlijk zoek gemaakt.

Het sanitair is heel goed verzorgd en schoon. Dit is tot nu toe de mooiste camping in Italië.

We zijn vrij snel weer hersteld en uitgerust. Nu gaan we ons inschrijven en alvast betalen.

De campingbaas wil ons nog van alles over het dorp vertellen maar wij willen alleen maar eten koken, opeten en dan naar bed. We krijgen nog een fles wijn mee en deze laten we ons goed smaken bij het eten dat Cor gekookt heeft.

Ondertussen genieten we samen van een geweldige zonsondergang. Deze simpele dingen maken me gelukkig en maken onze tocht compleet. Het zijn echt de kleine dingen die het hem doen en ik ben alweer de bergen van vandaag vergeten.

We hebben nog even contact met het thuisfront. Leuk te horen dat verder alles goed is, met ons gaat alles naar tevredenheid kunnen wij van onze kant melden.




 

 

 

 

MARCILLA – SIENNA

 

 

Donderdag 20 augustus

Dag 20: 10.15 – 14.30 uur

Afstand: 44,95 kilometer.

 

 

Gisteravond nog naar het kussentje gezocht. Niets gevonden. Ik heb Cor maar mijn kussen gegeven en zelf heb ik mijn trui als kussen gebruikt. Volgens mij heeft Cor zijn kussentje in het hotel in Pistoia vergeten. Hij heeft hier zijn tassen opnieuw ingepakt.

Het was heel rustig op de camping dus heerlijk geslapen. Op de camping is geen winkel, maar we hebben nog brood en Cor smeert een lekkere boterham. Uiteraard krijg ik een heerlijk kopje koffie van hem. Na het ontbijt wordt alles weer netjes ingepakt. We doen het rustig aan want vandaag fietsen we maar een halve etappe. Sienna is voor vandaag ons einddoel.

Buiten de camping op de gewone weg beginnen we meteen met een flinke klim. Zo klimmen we twee kilometer tot in het dorp Marcilla zelf. Dan gaan we weer omlaag, maar de beklimmingen hierna zijn weer ontzettend steil. Gelukkig zijn ze niet lang, maar het kost je wel ontzettend veel kracht. Het probleem is ook dat je niet weet hoe lang ze duren en wat erna weer komt. De steile hellingen blijven elkaar opvolgen.

Cor besluit om een andere route te nemen. In Tavarnelle Val di Pessa nemen we de weg richting Poggibonsi. De weg is beter geasfalteerd dan dat we tot nu toe gehad hebben. We fietsen nu door het wijngebied van de Chianti wijnen. Langs de weg staat dit met borden aangegeven  ”Route de Vin”. Of de route werkelijk beter is weten we niet, maar de hellingen gaan nu we geleidelijker omhoog. We passeren gigantische landhuizen met grote hekwerken eromheen. Zo te zien zitten hier de grote en welgestelde wijnboeren. In Monteriggione fietsen we langs een mooi kasteel. Het fietsen kost nog veel inspanning, maar we komen toch steeds dichterbij Sienna. De camping staat nu ook al aangegeven. Nog 8 kilometer staat er op de borden, dus dat schiet op. De route naar de camping is verre van ideaal. We moeten flink klimmen, met twee kilometer voor de camping een klim die eigenlijk met de fiets niet te nemen is en toch fietsen ze we hem op, nog even doorfietsen en gelukkig de camping komt in zicht. Hij ligt ver van de stad af en we hebben de zin en de moed niet om nog met de fiets de stad de bezoeken. Dit hebben we in eerste instantie wel zo gepland, vandaar de korte etappe. Na overleg besluiten we om morgen maar een rustdag te nemen en dan met de bus naar Sienna te gaan. Tijdens het inschrijven op de receptie heb ik ontdekt, dat hier  vlak voor de camping de lijndienst stopt die naar het centrum van Sienna rijdt. We kopen ook meteen een kaartje.

Nu gaan we lekker uitrusten. Cor belt nog gezellig met Pap.

 

Op de camping is een restaurantje, hier gaan we dus ons avondeten nuttigen.

Als voorgerecht bestelt Cor een soep en voor mij en salade. Het hoofdgerecht is pizza en uiteraard ook een karaf wijn. De pizza wordt geserveerd, we krijgen twee borden met maar een Pizza, schijnbaar kijk ik zo teleurgesteld, dat de ober zijn fout

 

 

 

 

meteen inziet. Hij weet natuurlijk niet dat we veel energie moeten bijtanken, na de inspanningen die wij overdag leveren. De tweede komt er zo aan zegt hij. Intussen eten we samen de pizza op en als we deze opgepeuzeld hebben, krijgen we de tweede pizza.

 

 

Naast ons horen we Limburgs praten. We maken kenbaar dat we ook uit Limburg komen en met de fiets onderweg zijn naar Rome. De man en vrouw komen uit Venlo en maken de auto een rondreis door Italië. We krijgen nog enkele tips, welke bezienswaardigheden we beslist in Sienna moeten bezoeken. We hebben een heel leuk gesprek en het is fijn dat je zoveel kilometers van huis gewoon je moeders taal kan spreken.

Voldaan gaan we terug naar onze tent en gaan genieten van een welverdiende nachtrust.

 


 

 

 

 

SIENNA

 

 

Vrijdag 24 augustus

Dag 21: rustdag

 

 

We kunnen het vandaag rustig aan doen, want we willen alleen maar de stad bezoeken. Cor maakt het ontbijt. Op de camping staan nog diverse tentjes met fietsers.

Naast ons staat een leuk jong Duits stelletje met hun tentje. Hij vraagt aan Cor of hij geen problemen met de brander heeft, hij heeft dezelfde en deze doet het niet goed. De brander van ons doet het uitstekend, we gebruiken als brandstof wel altijd wasbenzine en tot nu toe hebben we dat ook nog altijd kunnen kopen in een supermarkt. De jongeheer gaat nu ook wasbenzine kopen.

We gaan naar de bushalte en gaan naar het centrum van Sienna.

We bezichtigen de Dom, wandelen door een park waar vanuit we een geweldig uitzicht hebben op de Dom, die met zijn zwart-wit marmer mooi afsteekt tegen de heldere blauwe lucht. Een geweldige indruk op ons maakt ook het Piazza del Campo, hier worden twee maal per jaar op 2 juli en 16 augustus  paardenraces, Palio genaamd, gehouden waar de ruiters de eer van hun wijk verdedigen. Iedere wijk heeft een eigen vlag. De ruiters zijn gekleed in oude kostuums in de kleuren van hun vlag. Het is dan ook een zeer kleurig en enerverend schouwspel.

We wandelen verder nog door deze oude stad en genieten van al de oude monumenten.

Door het slenteren worden we moe en besluiten om maar weer terug te gaan naar ons tentje. Onderweg doen we nog boodschappen voor het avondeten.

Op de camping komt nog een Duitser Stephan genaamd, belangstellend naar onze uitrusting kijken, vooral onze “stoeltjes”, deze maken we van onze slaapmatjes, vindt hij geweldig. Hij is samen met zijn vrouw en zoontje met de auto en een tent op trektocht door Italië. Hij heeft verder geen ‘luxe’ spullen, zoals stoeltjes, bij zich. Als motorrijder heeft hij ook vaak en veel gekampeerd. Hij moet er nu aan wennen dat hij met de auto gaat en toch iets meer dingen mee kan nemen.

Onze buren hebben inkopen gedaan en voor ons ook wasbenzine meegenomen, helaas zit dit in een glazen fles en wij kunnen dit niet meenemen op onze fietsen, wel aardig dat zij aan ons gedacht hebben, maar voorlopig hebben we ook voldoende brandstof.

 

Beetje bij beetje zien we kleine groepjes mensen de camping op komen, allemaal met dezelfde fietsen, Hier wil ik natuur het fijne van weten, dus even kijken waar deze naar toe gaan. Staat op een apart veldje diverse tentjes en busjes van Activatours. Het zijn ook Nederlanders en ze maken een rondtour door Toscane. De laatste die arriveren zijn heel moe en hebben geen zin meer om verder te gaan. Dus ze hebben vandaag een zware etappe gehad. Morgen hebben ze ook een rustdag.

 

 

 

 

 

 

Twee plaatsen verderop is een Nederlander zijn tentje aan het opzetten, ook met de fiets. Hier moeten we toch een praatje meemaken. We zijn hem al eerder tegengekomen bij het meer van Anone in Civate. Hij heet Gerrit Molema en is ook op weg naar Rome. Het is een fietser met veel ervaring, heeft al diverse grote fietstochten gemaakt.

Hij vertelt dat hij diverse fietsers is tegengekomen, wij hebben nog niet veel medefietsers kunnen ontmoeten.

Cor geeft onze fietsen nog een smeerbeurt. Over onze Koga’s zijn we best tevreden, ze hebben nog geen mankementen vertoond. Alleen mijn fietscomputer werkt niet meer optimaal. Ik kan hem niet meer veranderen en hij gaat nog heel moeilijk naar de nulstand. Die van Cor werkt gelukkig wel nog perfect.

We gaan samen eten koken en laten het ons uitstekend smaken.

 

Gerrit komt nog een beker jus d’orange drinken. Gezellig kletsen we nog wat voor onze tent. Hij wil morgenvroeg eerst nog Sienna bezichtigen en dan verder fietsen.

 

We zijn blij dat we weer in de slaapzakken mogen kruipen en vallen spoedig in een diepe slaap.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SIENNA – MONTEPULCIANO

 

 

Zaterdag 25 augustus

Dag 22: 10.00 – 17.45 uur

Afstand: 66,27 kilometer

 

 

We nemen het ontbijt in het restaurant van de camping op Italiaanse manier. Dit is een kop cappuccino en een broodje aan de bar.

Gerrit vertrekt ongeveer 45 minuten voor ons. Wij staan om 10.00 uur bepakt en bezakt klaar om onze tocht te vervolgen.

 

We hebben besloten om nu rechtstreeks naar Rome te fietsen en niet de lus naar Assisi te nemen. We vinden dat we toch al veel beklimmingen hebben moeten overwinnen en de weg naar Assisi is naar verwachting niet de makkelijkste, hier zitten ook nog diverse bergen die overwonnen zouden moeten worden.

 

Op de kaart bij de receptie heeft Cor nog uitgezocht hoe het beste kunnen fietsen om weer aansluiting te krijgen met onze route. Na een afdaling vanaf de camping, begint het meteen weer te klimmen. De temperatuur is al weer hoog, maar de beklimmingen zijn nog niet zo zwaar, dus gaat het nog lekker.

 

Onderweg komen we een groep Amerikanen  van ongeveer 18 personen tegen. Ze maken een rondtour door Toscane en worden begeleid door twee volgbusjes, dus als je moe bent kun je even in stappen. De uitrusting van de fietsers is vrij compleet. Ze hebben allemaal een helm met spiegeltje op. Ze vallen ook goed op door de gevarendriehoek die ze op hun rug dragen, soms gepaard gaand met een  knipperlicht op de bovenarm.

In het eerste dorpje Taverne d’Arbia is onze eerste pauze. Het vocht moet aangevuld worden. Het is ook alweer warmer geworden. We zitten op het terras komt Gerrit aanfietsen, hij schuift bij ons aan. Na onze pauze vertrekken wij, Gerrit wil nog eerst enkele boodschappen doen. We hebben moeite om de juiste richting te vinden, zoekende naar de juiste weg komt

Gerrit onze richting uit fietsen. We besluiten om samen verder te fietsen. We komen nu door een gebied dat zeer dun bevolkt is. Tot aan Asciano zijn er ook geen voorzieningen  te verwachten (dit is 17 kilometer).

Het gebied dat wij doorkruisen is Le Crete. De weg blijft stijgen en het landschap verandert ook heel sterk. Nergens is nog iets groens te zien, behalve hier en daar een paar eenzame cipressen. Het lijkt wel een maanlandschap en ondertussen moeten we diverse stijgingen overwinnen van 10 tot 15% en de zon staat maar brandend aan de strak blauwe hemel.

Vlak voor het stadje Trequanda is er weer een flinke stijging, dit is te veel voor mij. Afstappen dus. Gerrit fietst ook nog steeds bij ons en we besluiten om in het dorp

 

 

 

 

 

iets te gaan drinken. Op het marktplein is een kerk met waarschijnlijk een café, maar hiervoor moeten we eerst weer een flinke beklimming overwinnen.

 

 

Hier besluiten we dat we waarschijnlijk niet zullen doorfietsen tot in Chiusi, waar de volgende camping ligt, maar dat we in Montepulciano een hotel zullen gaan pakken. Gerrit neemt nu afscheid van ons en fietst door. In ons eigen tempo fietsen we met zijn tweeën verder en komen in Montepulciano aan. In de verte op een heuvel zien we de mooie koepelkerk San Biagio liggen.

Nu op zoek naar een hotel, maar eerst moeten we naar de oude binnenstad en deze ligt natuurlijk weer op het hoogste punt, neerkijkend op de hele weidse omgeving. Met veel krachtsinspanning bereiken we het dorp, na aanvankelijk een flink stuk omhoog gelopen te hebben. We hebben nu een mooi uitzicht op de eerder waargenomen koepelkerk, die ver beneden ons ligt.

Uitgeput vraag ik aan een man, die op een balkon staat, of er een hotel in de buurt is. Hij wijst ons de weg, door de oude poort heen en dan direct rechts is een hotel!

Dit is een “Albergo”, zonder receptie. In een halletje hangt een telefoonnummer bij een openbare telefoon, dit nummer moet je bellen en naar Gabriella vragen. We willen bellen, maar hebben geen telefoonkaart. Dan maar met onze GSM, maar wat is nu het landennummer van Italië? Op straat vraag ik aan voorbijgangers het nummer van Italië, ondanks dat mijn Italiaans niet zo best is, krijg ik het juiste nummer. Nu kan Cor bellen. Hij krijgt verbinding en met Engels en enkele woordjes Italiaans begrijpen we dat er nog een kamer vrij is de sleutel ligt in de meterkast die zich in de hal naast de telefoon bevindt. Het geld moeten we morgenvroeg maar op het nachtkastje achterlaten.

Het is een mooie grote kamer in een oud gebouw midden in het centrum. De fietsen zetten we ook op de kamer. Nadat we ons lekker verfrist hebben, zijn we alweer snel uitgerust en gaan we de stad bekijken. Nu valt het ons op dat er overal vlaggen uithangen en iedere straat heeft zijn eigen kleur. Montepulciano is een mooie stad op een heuvel helemaal omringd door stadsmuren. De smalle straatjes hebben veel hoogteverschillen. Er zijn veel mensen op de been. In de buurt van onze kamer is er op een pleintje een grote buurt-barbecue. We besluiten om hier te gaan eten. Eerst moet je bij de kassa bestellen en betalen dan mag je aan een lange grote tafel gaan zitten. Je krijgt een uitdraai uit de computer mee, hier staat op wat je besteld hebt. Als je aan tafel zit, halen jongens en meisje de briefjes op en krijg je het eten geserveerd samen met een fles wijn. We zitten tussen de dorpsbewoners. Dit is heel gezellig en we worden heel vriendelijk ontvangen. Uit een gesprek met een oud heertje komen we te weten dat er een jaarlijks terugkerend groot feest is in het dorp n.l. “de Bravio delle Botti”. De sterkste jongens van iedere wijk moeten morgenavond (zondag) een groot wijnvat door de smalle straatjes omhoogduwen naar het grote marktplein. De hele week zijn er diverse festiviteiten en morgen is het hoogtepunt. Nu we dit weten zijn we blij dat we nog een kamer hebben gekregen.

We genieten nog van deze gezellige drukte en zijn blij dat we dit onverwacht mogen meemaken. We vinden het zo gezellig dat we willen proberen of we morgen nog kunnen blijven.


 

 

 

 

MONTEPULCIANO – ORVIETO

 

 

Zondag 26 augustus

Dag 23: 10.45 – 16.45 uur

Afstand: 74,06 kilometer

 

 

Heerlijk geslapen, ondanks dat het hotel midden in het centrum ligt. We worden wakker van de trommels. We kijken naar buiten en zien allemaal kleurrijk uitgedoste groepen beneden langs ons raam trekken.

Cor gaat meteen bellen, om de kamer te regelen voor nog een extra dag. Helaas kunnen we niet blijven, want de kamer is al gereserveerd. Dan maar weer alles inpakken en eerst

ontbijten.We gaan op zijn Italiaans ontbijten in een bar en ondertussen trekt de optocht van trommelaars, vaandelzwaaiers en een “koningspaar” in mooie klederdrachten aan ons voorbij. Iedereen heeft zijn eigen kleur en vlag. Als laatste in de groep lopen de sterke en sportieve binken. Deze moeten natuurlijk de wijntonnen duwen.

Zelf vind ik dat dit te vergelijken valt met bij ons het schuttersfeest en met name de optocht hiervan. Bij ons in Limburg is dit ook altijd een mooie bonte stoet met veel pracht en praal. Voorafgaande aan de schietwedtrijden. Dit vindt alleen plaats in Belgisch en Nederlands Limburg.

We proberen op nog een plaats of er nog een kamer vrij is, maar helaas hier is ook alles vol.

Een oudere dame wil voor ons nog proberen om een kamer te vinden, maar dan moeten we wachten tot na de middag. We besluiten  toch maar om weer verder te vertrekken. Het was ook te mooi om waar te zijn dat we deze wedstijd nog konden meemaken. Wat we tot nu toe gezien hebben is ook al heel fijn.

Het eerste gedeelte gaat prima. Tot in Chiusi gaat het bijna allemaal bergaf met hier en daar een klein hellinkje. Na Chiusi volgt weer een kleine klim. Enkele kilometers hierna vergist Cor zich in de route en slaan we de verkeerde weg in. Deze weg stijgt behoorlijk. Het is wel een heel rustige weg en een gedeelte gaat over onverharde weg. Omdat Cor niet graag  terugfietst, fietsen we via een omweg, die pal naast de autoweg loopt, weer naar de juiste weg. Dit gedeelte is tot in Fabro Scalo helemaal vlak en recht langs het water. In het stadje Fabro eten we een pasta. De bediening is heel onvriendelijk, volgens mij stoppen hier niet veel toeristen.

Hierna volgt weer een klim. De weg slingert steil omhoog naar het dorp Ficulle. Dit ligt op 500 meter hoogte. Het gaat niet goed met mij. De temperatuur is inmiddels ook al opgelopen tot bijna 40 graden. Ik moet een paar keer afstappen, misschien heb ik wel last van de warmte. Nog even flink zijn en doorfietsen we moeten nog tot een hoogte van 540 meter en dan is de top bereikt. Hierna komt de beloning een afdaling tot in Orvieto ons einddoel.

In Orvieto Scalo gaan we op zoek naar een hotel. We krijgen een kamer in hotel Europa.

 

 

 

 

 

Ook hier is het geen probleem om de fietsen te stallen, deze gaan in de garage onder het hotel

We eten ’s avonds in het hotel. Er is ook een Engels busgezelschap aanwezig. Deze zijn op rondtour door Italië. Het eten en de wijn zijn weer uitstekend.

We besluiten om morgen een rustdag te nemen om Orvieto te bezoeken.

 

 

 

 

 

 

 

 

ORVIETO

 

 

Naandag 27 augustus

Dag 24: rustdag

 

 

Om vanuit Orvieto Scalo de oude vestingstad Orvieto (hoog op een berg) te bezoeken is heel makkelijk. Bij het station vertrekt er iedere 15 minuten een soort skilift naar boven. Deze overbrugt op een gemakkelijke manier het hoogteverschil van 200 meter. Verder is er ook nog een roltrap. Deze hebben we niet gebruikt. De skilift ligt vlakbij ons hotel. Het is ook mogelijk om de fiets mee te nemen. Het oude Orvieto is gebouwd op een rots en torent hoog boven alles uit.

We bezichtigen de oude Doumo, deze is volgens de Italianen de mooiste dom van Italië. Ik vind hem in ieder geval prachtig. De oude straatjes zijn ook prachtig. De hele stad ademt een speciale sfeer.

We hebben een luie dag vandaag, want na het bezoek aan de oude stad houden we in onze hotelkamer een siësta. We eten ’s avonds weer in het hotel. De Engelse gasten zijn ook nog aanwezig.


 

 

 

                                                          

ORVIETO – CAPRALOLA

 

 

Dinsdag 28 augustus.

Dag 25: 9.30 – 19.00 uur

Afstand: 83,89 kilometer

 

 

Vandaag willen we vroeg vertrekken i.v.m. het warme weer. Na het ontbijt staan we om 9.00 uur buiten het hotel. Voor ons is dit vroeg. Eerst even boodschappen doen en dan weer de juiste route opzoeken. We rijden onderlangs de bovenstad Orvieto en we hebben een mooi uitzicht op het plateau waarop de ommuurde stad Orvieto ligt. We moeten weer stevig klimmen. De eerste kilometers zijn voor mij heel zwaar. Ik kom bijna niet vooruit. Het stijgingspercentage moet toch wel hoog zijn. Zelfs Cor heeft moeite en moet twee keer van zijn fiets af, omdat hij de trappers niet meer rond krijgt. We fietsen wel alles omhoog, met de nodige rustpauzes. We willen niet lopen, want dit is nog vermoeiender dan fietsen. Langzaamaan kom ik weer in mijn ritme en het fietsen gaat weer lekker, zelfs bergop gaat het nu weer goed. Ligt dit soms toch aan het stijgingspercentage? In het dorp Bagnoregio is nog iets bijzonders te zien. Hier op een landtong ligt de stad Civeta. Deze landtong is door een aardbeving weggevaagd en nu ligt Civeta als een verloren dorp hoog op een heuvel. De enige verbinding is een gammele loopbrug.

We fietsen steeds verder dan weer gaat het bergop en na een daling moeten we toch weer omhoog. We fietsen nu door een vulkanisch gebied en we blijven stijgen.

In het dorpje Vignanello is waarschijnlijk een hotel en dit willen we dan ook opzoeken.

Helaas bestaat dit hotel niet meer. Cor informeert bij enkele ongure types naar een hotel. Voordat ze antwoord geven willen ze eerst een sigaret, als Cor zegt, dat wij geen sigaretten hebben wijzen ze ons een richting aan waar een hotel zou zijn. Hier nogmaals aan een voorbijganger gevraagd waar we kunnen slapen. Deze man vertelt een heel verhaal, ik begrijp er niets van. Een ding is heel duidelijk we moeten hier niet naar toe gaan. Als ik goed om me heen kijk begrijp ik ook wat deze man bedoelde. Het is een huis voor dakloze, die hier bij tientallen rondlopen.

Hoe moeilijk ik het ook heb, we moeten verder fietsen tot het volgende dorp Caprarola, dit is ongeveer nog tien kilometer.

De weg blijft licht stijgen. In Caprarola aangekomen informeren we meteen naar een hotel, gelukkig hier in het dorp is er een en het is volgens de voorbijgangers ook zeker open. We moeten nog ongeveer een kilometer fietsen. Een vrouw komt vol medelijden naar mij toe, ze vraagt of ze ons naar het hotel moet brengen met de auto. Dit gaat natuurlijk niet, want we kunnen onze fietsen niet achter laten. Mijn Italiaans is niet zo best dus ik begrijp haar verder ook niet zo goed. Ik vraag wel nog hoe ver het hotel ligt en zij bevestigt nog een kilometer. Nou dit moeten we toch nog wel kunnen.

 


 

 

 

 

Vol goede moet beginnen we aan de klim naar het hotel. Na iedere bocht hoop ik dat het hotel in zicht komt, helaas geen hotel te zien. Inmiddels hebben we al meer dan 1,5 kilometer gefietst en nog niets te zien. We komen bij een winkelcentrum uit, nog geen hotel. Nogmaals navragen. We moeten nog even doorfietsen en dan komen we zeker bij het hotel. Ondertussen blijven we wel steeds bergop fietsen, als ik de hoop al bijna heb opgegeven zien we eindelijk aan de linkerkant van de weg Hotel Farnese, genaamd naar Villa Farnese dat vanaf het hotel te zien is. Dit was het slot van de minnares van paus Alexander VI. In deze tijd was dat schijnbaar normaal.

 

Gelukkig worden we heel gastvrij in het hotel ontvangen. En kunnen we ’s avonds ook in het hotel eten, want ik heb geen zin om deze weg nogmaals te fietsen om in het dorp iets te gaan eten.

 

Als we de weg vragen blijkt dat de mensen alleen denken vanuit de auto, want dan is dit een afstand van niets, maar met de fiets is het behoorlijk zwaar en nu begrijp ik ook waarom de vriendelijke vrouw in het dorp ons wilde helpen.

 

Na het eten genieten we op het terras nog van het mooie uitzicht. In de verte ligt de mooie Villa Farnese. Dit is ook alles wat we van de villa zien, want morgen willen we graag in Rome aankomen.

 

Voldaan en blij dat we deze trip van vandaag weer tot een goed einde hebben gebracht, gaan we lekker genieten van onze nachtrust.


 

 

 

 

CAPRAROLA - ROME

 

 

Woensdag 29 augustus.

Dag 26: 9.30 – 15.30 uur

Afstand: 72,89 kilometer

 

 

Onze laatste fietsdag. Rome komt steeds dichterbij.

We ontbijten in het hotel, vrij simpel, maar met twee koppen cappuccino kan ik er wel tegen. We drinken ook nog een kan jus d’orange leeg.

We weten niet of de originele route ook zo gaat, maar Cor besluit om gewoon rechtdoor te fietsen en niet terug te gaan naar het dorp. Volgens de hoteleigenaar is het nog maar enkele minuten klimmen en dan hebben we de afslag naar Ronciglione.  Dit klopt dus ook weer niet, ja waarschijnlijk wel met de auto, maar we fietsen nog zeker 2,5 kilometer bergop. We worden nog ingehaald door trimmers, die een wedstrijdje doen wie het eerste boven is. Deze kilometers zijn niet zo zwaar als de laatste van gisteren. We weten ook dat hierna een geweldige afdaling volgt, dus nog even doorfietsen. Na de afdaling naar Ronciglione vervolgen we de weg naar Sutri. Hierna moeten we nog een flinke klim overwinnen maar het kratermeer Lago di Bracciano. Volgens aanplakbiljetten waren hier van 3 t/m 5 augustus de wereldkampioenschappen zwemmen in open water. We blijven nu op een hoogte rond het meer fietsen. Soms hebben we een heel mooi uitzicht over het meer. Onderweg zien we op de borden al verschillende keren de richting Rome aangegeven. We komen steeds dichterbij. Bij het plaatsje Osteria Nuova moeten we volgens de route van P.B. afslaan naar Boccea. Op deze route is het niet zo druk,  maar we hebben ervaren dat de rustige wegen vaak ook flink stijgen, dus Cor besluit om hier rechtdoor te gaan. Op dit moment is het ook niet zo druk. Deze weg is goed te volgen.

Bij de voorsteden van Rome wordt het wel steeds drukker en het verkeer houd toch enigszins rekening met ons als fietsers. We fietsen steeds langs het spoor en hopen zo op de juiste manier Rome binnen te fietsen. Uiteindelijk komen we op de Via Tionviale (is hele lange weg) uit. Deze weg blijven we vervolgen en komen steeds dichterbij. We halen nu de plattegrond van Rome erbij en zien dat deze weg helemaal doorloopt tot vlakbij het St. Pietersplein. Voor de zekerheid vraagt Cor nog de weg aan een jong stel dat een bankgebouw verlaat. Eerst vraagt Cor aan de bewaker die voor het bankgebouw staat de weg, maar deze mag schijnbaar niet met voorbijgangers praten. Hij moet het bankgebouw bewaken!

Het jonge stel is wel heel bereidwillig om ons de weg te wijzen. Ze vragen wel hoe we bij de St. Pieter willen komen? Met de bus? Als we zeggen dat we met de fiets zijn, schrikken ze wel even, want het is nog een heel eind. Ze vertellen ons dat we deze Via Tionviale moeten blijven volgen en rijden met hun Vespa nog een stukje voorop, om ons de goede richting in te sturen. De weg staat verder goed op naambordjes aangegeven.

Inmiddels raast het verkeer wel aan ons voorbij. Hier moet je niet bang zijn en goed kunnen sturen. Je moet ook resoluut voor een richting kiezen, dan houden ze wel

 

 

 

 

rekening met je. Behalve de keer dat een rode sportauto rakelings Cor passeert. Hij raakt bijna het fiets-spiegeltje. Gelukkig gaat dit net goed.

 

 

We fietsen door tot op het St. Pieterplein en om 15.50 uur hebben we onze tocht volbracht en omhelzen elkaar. Tussen al die mensen voelen we ons toch heel alleen. Hier missen we de erkenning en herkenning van mede-pelgrimgangers, die onze binnenkomst in Santiago zo uniek maakte.

We lopen met de fiets aan de hand over dit geweldige plein en laten alles op ons inwerken. Het maakt wel allemaal een geweldige indruk op ons en wij zijn dankbaar dat we dit weer goed en zonder lichamelijke ongemakken hebben volbracht en blijven  zeker nog een uurtje op het plein zitten. We bellen met het thuisfront en kantoor, dat we goed zijn aangekomen.

Nu wordt het tijd  om de camping te gaan zoeken. Het Vaticaanstad  heeft zijn eigen toeristenbureau, hier ga ik naar toe. Ik vertel dat we met de fiets vanuit Nederland zijn gekomen en graag informatie willen over een slaapplaats. De man achter het loket is heel kortaf en stuurt mij weg. Helemaal teleurgesteld verlaat ik het bureau. Cor wil dit in eerste instantie niet geloven, hij gaat zelf ook maar informeren. Dezelfde reactie. Ik vind dat ze ondanks het grote toerisme, toch nog een beetje begrip moeten kunnen opbrengen voor mensen die op deze manier naar Rome komen en misschien ook wel een beetje waardering en erkenning verwachten.

We gaan nu op zoek naar het toeristenbureau in Rome zelf. Hier vraagt Cor de weg naar Camping Roma. Weer krijgen we de vraag of we met de bus willen gaan. Nee we zijn met de fiets. Maar dat is wel ver verzucht ze, zeker 5 kilometer. Voor ons is dit vergeleken met de bijna 2000 kilometer die we er op hebben zitten een peulenschilletje.

Op de platte grond wijst ze ons de weg Via Mariale aan, deze moeten we dan helemaal uitfietsen en op het einde ligt de camping. Als we eenmaal op de Via Mariale zitten  kunnen we goed blijven doorfietsen. Het is wel druk, maar intussen zijn we hier al aan gewend.

De camping vinden is dan ook niet zo moeilijk meer, allen valt hij wel heel erg tegen. Deze ligt pal aan de autoweg en het verkeer raast maar voorbij. Het sanitair valt ook tegen, er is maar een warme douche en dan ook nog tegen betaling van muntjes. De tweede is wegens storing buiten gebruik. De prijs daar wil ik het helemaal niet over hebben.

Vol goede moed zetten we toch ons tentje op. We hebben geen zin om nu weer Rome door te fietsen op zoek naar een andere camping.

Uiteindelijk zijn we weer geïnstalleerd, en hebben ons toch lekker gewassen. Nu moet de inwendige mens nog verzorgd worden. We gaan op zoek naar een restaurant. Niet ver van de camping een leuk eethuis gevonden en we hebben ons het eten weer goed laten smaken. De wijn hebben we ook weer niet vergeten, want per slot van rekening hebben we toch iets te vieren.


 

 

 

 

ROME

 

 

Donderdag 30 augustus.

Dag: 27

 

 

Vannacht slecht geslapen. Veel last van de autoweg en ons tentje staat scheef.

Na het ontbijt willen we onze terug reis gaan regelen. Bij de receptie koop ik twee kaartjes voor het openbaarvervoer. Voor de camping stopt de bus en hiermee gaan we naar het centrum en dan nemen we de metro naar het station Termini. Hier moeten volgens onze gegevens diverse reisbureaus zijn. We vinden allen de balie van Aitalia. Hier informeren we naar een vliegticket Brussel en onze fietsen moeten ook mee. Ik schrik van de prijs n.l. 1.320.000 Lire p.p. dit is 658 Euro. De fietsen mogen mee, allen het gewicht boven de 20 kilo moeten we bijbetalen.

We nemen de treinshuttle naar de luchthaven Leonardo Da Vinci en gaan hier op zoek naar de balie van Virgin Express. Na lang zoeken toch gevonden. We zijn niet zo thuis op luchthavens, omdat we nooit vliegen.

Aan de balie van Virgin geïnformeerd naar de vluchten op Brussel. Er vertrekken per dag 5 lijndiensten naar Brussel. We willen graag maandag vertrekken en vragen naar de prijs. De vlucht kost 268.000 lire dit is 133 Euro voor twee personen. De fietsen moeten we wel extra betalen en ook goed inpakken. Deze kosten samen 36.000 lire (18 euro). Hier hoeven we niet lang over na te denken en de vlucht wordt meteen vastgelegd. Zo dit is dan ook weer geregeld nu nog met Huub bellen en doorgeven hoe laat wij maandag in Brussel met het vliegtuig landen, zodat zij op tijd aanwezig zijn om ons op te halen.

Ook nog met Rob gebeld, dat we maandag naar huis komen.

We hebben stoeltjes van het openlucht-restaurant geleend, komt een knul kwaad vragen of we dat gevraagd hebben. We antwoorden natuurlijk ja, dus mogen we ze blijven gebruiken. Als het nu nog druk was, dan kan ik begrijpen dat ze deze nodig hebben, maar het is er echt “Tote Hose”.

Gisteren was alles ook gesloten, blijkt dat woensdag de rustdag is.

Aan de overkant van de autoweg bij de camping ligt een grote supermarkt, hier doen we inkopen voor ons avondeten. Cor maakt weer lekker eten klaar.

 

 

 

 

 


 

 

 

 

ROME

 

 

Vrijdag: 31 augustus

Dag: 28

 

 

Weer slecht geslapen. Eigenlijk moeten we goed slapen, omdat de terugreis is geregeld en we nog een paar dagen hebben om Rome te bezichtigen.

Cor neemt het besluit, we vertrekken en zoeken een hotel. Hier ben ik het helemaal mee eens. Op de camping staan ook al bijna geen gasten meer. De mensen van de receptie zijn onvriendelijk, eigenlijk bevalt me hier niets.

We breken ons tentje af, gaan afrekenen en vertrekken naar de overkant. Hier ligt een mooi groot hotel. We worden heel vriendelijk ontvangen, krijgen een mooie kamer en de fietsen worden in de ruimte van de portier neergezet. Dit is echt luxe.

Vanuit het hotel rijdt een eigen bus naar het centrum van Rome. Hier maken we dan ook meteen gebruik van. We gaan de St. Pieter bezichtigen.

Cor heeft zijn afritsbroek aan, zonder pijpen, nu mag hij de koepelkerk niet binnen. We weten dat je netjes gekleed moet zijn, maar hebben vergeten om de losse pijpen mee te nemen. In een klein straatje naast het Pieterplein ontdekken we de Kerk van de Friezen. Helaas is deze gesloten. Morgenvroeg is er een Dienst.

In dit straatje kopen we in een souvenirwinkel een lange broek voor Cor. Er zijn meer mensen die vergeten een lange broek aan te doen, want in de St. Pieter zien we veel mensen met dezelfde broeken lopen.

De Kerk is gewoon geweldig, je komt ogen te kort om alles in je op te nemen. Als je hier een week in rondloopt dan heb je nog niet alles gezien. Via de crypte onder in de Kerk beklimmen we de koepel. Het eersten gedeelte doen we met de lift en daarna moeten nog 375 treden beklommen worden. Je merkt heel goed dat je in de koepel zit. De trappen lopen schuin omhoog en worden steeds smaller. Het uitzicht is geweldig. Hier word je sprakeloos van.

We wandelen nog even over het St. Pieterplein en we kopen hier de kaarten plus postzegels, schrijven iedereen een kaart en doen ze in Vaticaanstad op de post. Ik koop voor Rob nog enkele munten.

We wandelen naar Plazza de Cavour, hier staat onze bus en gaan weer terug naar het hotel.

Ons avondeten gebruiken we in het hotel. Zo als altijd smaakt het ons weer uitstekend.

Cor belt weer even met pap. Thuis is alles nog goed.

We gaan op tijd naar bed, slaap van afgelopen nachten inhalen.

 

 


 

 

 

 

ROME

 

 

Zaterdag: 1 september

Dag: 29

 

 

Heerlijk geslapen vannacht. Geen verkeerslawaai, wat een luxe. Na het ontbijt gaan we de stad Rome verder bezichtigen. Er zijn nog veel bezienswaardigheden die we willen zien.

We besluiten om een rondtour te boeken. Deze brengt ons langs de belangrijkste en mooiste plekken in Rome. Bij het Colloseum stappen we uit en gaan de Oude Stad Rome bezichtigen.

 

 


 

 

 

 

ROME

 

 

Zondag: 2 september

Dag: 30

 

 

Weer lekker geslapen. Dit is genieten. Na het ontbijt nemen we de bus van het hotel en gaan weer naar het centrum. We gaan naar de Kerk van de Friezen om hier de H. Mis bij te wonen.

Op de trappen naar de Kerk komen we de pastoor tegen, en vertellen hem dat we speciaal deze mis willen bijwonen en dat we met de fiets vanuit Nederland zijn gekomen. Hij luistert belangstellend naar ons en heet ons welkom in de Kerk van de Friezen. Voor aanvang van de H. Mis, wordt nog het ontstaan van deze kerk verteld. Het is een gezellige kleine sobere kerk. Wat een tegenstelling met de Sint Pieter. In de kerk zijn nog twee reisgezelschappen aanwezig. De kerk zit goed vol. Na afloop drinken we nog gezellig met zijn allen een kopje koffie. De mensen hebben veel belangstelling voor onze fietstocht.

Intussen is het 12 uur, en gaan we naar het Sint Pieterplein voor de zege van de Paus. Helaas is de Paus nog op vakantie en hebben we verbinding via de luidsprekers met het vakantieverblijf. Het klinkt allemaal heel onnatuurlijk. De stem van de Paus is zeer zwak, ondanks dat het geluid loeihard staat. Het gezang en gejuich is weer veel te schel, het doet pijn aan je oren. Dit heeft dus geen zin om hier naar te luisteren.

We willen het Vaticaanmuseum bezoeken, helaas is dit op zondag gesloten. Hier hebben we geen rekening mee gehouden. Jammer geen  museum.

Rome biedt nog genoeg mooie dingen, dus wandelen we weer door het centrum en bewonderen nog oude gebouwen en fonteinen.

Moe maar voldaan komen we weer in het hotel aan.

Ons laatste avondmaal gebruiken we weer in het hotel. Het eten is hier goed verzorgd en smaakt lekker. Na het eten nemen we afscheid van de ober en geven hem een fooi, wat hier gebruikelijk is.

We gaan vroeg naar bed, want voor morgen willen we goed uitgerust zijn.

 


 

 

 

 

ROME – BRUSSEL – GELEEN

 

 

Maandag 3 september

Dag: 31

Thuisreis.

 

 

Vandaag is onze vertrekdag en moeten we afscheid nemen van Rome.

Eerst genieten we nog van het ontbijt in ’t hotel. Hierna gaan we naar de supermarkt, kartonnen dozen halen, waarmee we de fietsen gaan inpakken. We laden een hele winkelwagen vol met dozen, kopen 4 rollen bruine tape en gaan hiermee terug naar ons hotel. We pakken alles netjes in een grote doos en Cor zet deze bij de fietsen

Nu nog regelen hoe we met dit alles tot in het centrum komen. Via de receptie regelen Cor dat we met fietsen en al in de bus mee kunnen. We laden de fietsen in de laadruimte van de bus, onze fietstassen en de doos vol karton gaan er ook bij. We geven de portier nog een flinke fooi, want hij heeft goed op de fietsen gepast en helpt ook bij het inladen.

We vertrekken om 10.30 uur. Het is nu een heel stuk drukker op de weg dan de afgelopen dagen. Het is te merken dat de vakanties in Rome voorbij zijn.

Op de Plazza de Cavour stappen we voor de laatste keer uit de bus. Alles wordt uitgeladen de chauffeur krijgt ook zijn fooi.

De doos met karton bindt Cor achter op zijn fiets. Van hier uit gaan we lopend naar het station termini. Fietsen lukt niet, met die grote doos op de fiets, en het is ook heel druk in de smalle straatjes. We lopen zeker 1 uur tot aan het station. Om 12.15 uur komen we op het station aan. Nu de kaartjes kopen en dan naar de trein. De vertrektijd is 12.38 uur. We zijn dus fijn op tijd.

Het is nog niet druk op het perron en we stappen als eerste in de trein. De fietsen zetten we op de speciale bagageplaats. Langzaam loopt de trein vol. Inmiddels heeft deze ook en vertraging de nieuwe vertrektijd is 12.55 uur. We maken ons niet ongerust, want we hebben tijd genoeg ons vliegtuig vertrekt pas om 19.20 uur.

Om 13.30 uur komen we op de luchthaven aan.

Nu gaan we de fietsen inpakken. We hebben dit nog nooit gedaan, even uitzoeken wat de beste methode is. Cor haalt de trappers er vanaf. Haalt het stuur uit de stuurpen en leg dit stevig tussen het frame. We pakken de fiets helemaal in met karton en omwikkelen dit helemaal met de bruine tape. Ondertussen hebben veel bekijks van de mensen op de luchthaven. Cor pakt de fietsen heel serieus in en we zijn hier zeker 2 uur mee bezig. Achteraf  bezien zijn we hier teveel tijd mee kwijt.

We kopen een ticket voor de fietsen en gaan ons inchecken. Eindelijk hebben we nu de rust en de tijd om een hapje te gaan eten. Cor belt nog met Hanny, om alles door te nemen en dat we normaal op tijd vertrekken.

 

In het restaurant ziet Cor een fietser met bepakking voorbij flitsen. Dit kan alleen maar een Nederlander zijn. Hij gaat naar hem toe om te zeggen dat wij eventueel nog karton over hebben. Heeft hij niet nodig, hij heeft al een fietsdoos geritseld, gewoon bij de uitgang. De bewaker een fooi geven en dan de doos meenemen. Dit is

 

 

 

 

geluk hebben. Hij is twee maanden onderweg en komt nu vanaf Pompeii en is op weg naar huis. Het is een echte vrijbuiter maar wel een gezellige man. Cor helpt hem nog met het los maken van de trapper en geeft hem nog een paar tips voor het inpakken van de fiets (als hij die al nodig heeft) en dan gaan we naar de

vertrekgate. Het is boarding time. We zien de bagage klaar liggen en bovenop liggen onze fietsen, deze gaan dus ook mee naar Nederland of eigenlijk België. De vlucht gaat heel snel. We vliegen in 1,5 uur naar Brussel. Het in en uitstappen kost bijna nog meer tijd.

Om 21.30 uur landden we op Brussel. Nu nog onze bagage en fietsen ophalen. De tassen vinden we op de band maar geen fietsen te zien. We zoeken naar een afgiftepunt van speciale goederen, deze vinden we niet. Uiteindelijk liggen onze fietsen later ook bij de band. Je moet ’t maar weten.

Dan naar buiten. We worden hartelijk begroet door Hanny en Huub. Op de parkeerplaats pakt Cor onze fietsen uit. Hier worden ze weer in elkaar gezet, op de auto geladen en dan naar huis.

Helaas komen we niet door de slagbomen. Fietsen net iets te hoog. Weer een fiets er van af  halen en nu gaat de auto er precies onderdoor. Inmiddels staat er al een hele rij auto’s achter ons geduldig te wachten.

Auto weer aan de kant en de fiets erop en nu dan eindelijk richting Geleen. Huub rijdt en Hanny en ik kletsen achter in de auto al lekker wat bij en in een tijd van niets staan we voor ons huisje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NAWOORD.

 

 

Deze reis was zeer zeker de moeite waard. Heel veel mooie natuur, landschappen en stedelijk schoons gezien.

Het was  geen gemakkelijke fietsroute, omdat ik uit diverse berichtgeving over de route begrepen had, dat deze vrij makkelijk was. Veel  van de route liep langs rivieren en door dalen. We hebben toch heel wat moeten klimmen en met hier en daar toch zeer pittig klimwerk. Zelfs de Splugenpas overwonnen wat toch een apart gevoel gaf.

Rome is een prachtige stad om te bezoeken.

Ik vond het fijn om dit samen met Cor te ondernemen. Alleen op elkaar aangewezen zijn en ook alleen rekening houden met elkaar. Zonder veel woorden aanvoelen wat een ander wil.

Dit zijn voor mij toch heel bijzondere weken geweest.

Wij zullen vast en zeker wel weer een grote fietstocht gaan ondernemen.

 

Terug naar Fietsreisverslagen

 

Terug naar hoofdpagina